Alexis Bienvenu (LFDE): ‘Waarom blijft de Chinese beurs zo achter?’

De afgelopen tien jaar liet China gemiddeld 5,5% bbp-groei per jaar optekenen. De Verenigde Staten haalden nog niet de helft daarvan: 2,4%. Toch koerste de sterindex van de grootste Amerikaanse bedrijven over diezelfde periode 255% hoger, terwijl de MSCI China (in dollar) strandde op 72% – op jaarbasis is dat 15% tegen 6%! Dat zegt Alexis Bienvenu, portefeuillemanager bij La Financière de l’Échiquier (LFDE.

Alexis bienvenu
Alexis Bienvenu
De pijlsnelle groei van China vertaalt zich dus niet automatisch in beurswinst, ook al hebben de Chinese topbedrijven wereldwijd een verpletterend overwicht in hun sector – BYD voor elektrische auto's, CATL voor batterijen, Huawei voor telecomapparatuur – en behoren ze tot de absolute top op het gebied van zeldzame aardmetalen, lithium, bouw, e-commerce ( Alibaba ), scheepvaart (Cosco), elektronica (Foxconn), olie (Sinopec) enz.

Hoe komt het dat er zo'n groot verschil is tussen het industriële succes van het land en het rendement van de beursindices? Drie mogelijke verklaringen springen eruit. Ten eerste is er een verschil qua visie op de rol van de economie. Kort gezegd berust het Chinese stelsel op overheidskapitalisme, dat geopolitieke soevereiniteit en maatschappelijke stabiliteit als primaire doelstellingen heeft. De Verenigde Staten geven daarentegen voorrang aan waardecreatie voor de private aandeelhouders. Dat verschil in prioriteiten komt uiteraard ook tot uiting in de beurskoersen.

Naweeën vastgoedcrisis

Een meer conjunctuurgebonden verklaring is dat de Chinese beurs al enkele jaren gebukt gaat onder de naweeën van de vastgoedcrisis waarin het land sinds 2021 verzeild is geraakt. Grote projectontwikkelaars zoals Evergrande zijn failliet gegaan, waardoor de activiteit in de bouwsector is teruggevallen en banken minder snel krediet verlenen. En door de dalende prijzen is ook het welvaartseffect op de huishoudens uitgehold, waardoor die zich genoodzaakt zagen de vinger op de knip te houden en meer te sparen. In een land waar vastgoed nog steeds het leeuwendeel uitmaakt van het vermogen van de huishoudens, heeft dat hun vertrouwen en dat van de banken en flinke knauw gegeven en de investeringen afgeremd.

Tot slot wordt de winstgroei de laatste tijd ondergraven door de kloof die is ontstaan tussen een aantal industriële sectoren die het relatief goed doen, zoals grondstoffen en technologie, en de sputterende consumptie van goederen en diensten. De eersten trokken de afgelopen maanden hun winstvooruitzichten op, terwijl de verwachtingen voor de binnenlandse consumptie naar beneden werden bijgesteld. Het gevolg is dat de MSCI China, waarin consumptiebedrijven en internetplatformen zoals Tencent of Alibaba zwaar doorwegen, sinds begin dit jaar ver achterblijft bij indices die meer op het binnenland zijn gericht, zoals de CSI 300. Die index telt meer industriële bedrijven en is er sinds 1 januari sterk op vooruitgegaan.

Wanneer wordt de inhaalbeweging ingezet?

Als de beurs ondanks de aanhoudende bbp-groei zo teleurstellend presteert, is de verleiding groot om te beleggen in de Chinese consumptiebedrijven die het verst zijn achtergebleven. De hamvraag is echter wanneer de inhaalbeweging – die er ongetwijfeld ooit zal komen – zal worden ingezet. De vastgoedmarkt blijft vooralsnog wankel, zeker in de middelgrote steden. De consumptie aanzwengelen vormt wel een van de centrale doelstellingen van het vijfjarenplan voor de periode 2026-2030, maar alle aangekondigde maatregelen zijn eerder op de middellange termijn gericht. Bovendien is het doel van de overheid niet zozeer om de consumptie massaal te stimeleren als wel het hele Chinese model van richting te veranderen, wat onvermijdelijk tijd zal vergen.

Op korte termijn kan de spreidstand tussen economische groei en beursrendement in China dus blijven bestaan, in ieder geval in sectoren die afhankelijk zijn van de consumptie. Het duurt wellicht nog enkele jaren voor de groei het rendement op sleeptouw neemt. Tot dan is het zaak goed het onderscheid te maken tussen de sectoren die volop profiteren van de nog altijd indrukwekkende groei in China, en degene die moeten wachten tot het nieuwe Chinese consumptiemodel op kruissnelheid komt.