Inflatie en de vergelijking met Schrödingers kat

“Er is niets zo zorgwekkend in het hoofd van een Amerikaanse burger als inflatie”, schreef journalist Theodore H. White in 1979.

Thomas planell
Thomas Planell

In 1980 maakte Reagan van het inflatiethema zijn strijdwapen tegen de uittredende president Jimmy Carter. Zes jaar daarvoor in Frankrijk was het de obsessie van kandidaat Mitterrand tegenover Giscard d'Estaing. Volgens de toenmalige FED-voorzitter, Paul Volcker, moest “de inflatie worden bestreden, ongeacht de prijs die op het werkgelegenheidsfront moet worden betaald”, een doctrine die het tegenovergestelde is van die van Jerome Powell vandaag. Inflatie is een wapen in het politieke debat omdat ze de koopkracht aantast, de waarde van het spaargeld ondermijnt, en van invloed is op de waarde van een munt ten opzichte van een andere.

Net als de btw is inflatie onontkoombaar voor iedereen, maar zij treft de kleinste huishoudens meer omdat de aankoop van inflatiegevoelige producten zwaarder doorweegt in hun uitgaven (voeding, benzine, elektriciteit). Sinds het begin van de eenentwintigste eeuw wordt het begrip inflatie diffuser. Bij centrale bankiers en economen is de verwachte inflatie niet langer louter een punt op een tijdslijn, maar heeft ze meer iets van Schrödingers kat. De voorspellingen van centrale bankiers en economen omvatten nu een “mate van onzekerheid” en een “asymmetrie van risico’s”: de toekomstige inflatie is een optelsom van mogelijke toestanden, en zoals het studieobject van de Weense fysicus is ze zowel levend als dood.

Maar iets is in 2020 fundamenteel veranderd: de radioactiviteitsdetector ging niet af, de schakelaar die het hamertje op het flesje gif doet vallen, werd niet geactiveerd en de inflatiekat lijkt veel meer levend dan dood bij het openen van de kist van Schrödinger. En het is uitgerekend een microscopisch organisch wezentje dat de oorzaak zou kunnen zijn van de grootste regimeverandering van de afgelopen veertig jaar in het teken van desinflatie en een algemene obligatierally. Want als reactie op de coronacrisis rolde Jerome Powell in minder dan vier maanden een grotere stimulus uit dan tijdens de meer dan tien jaar van overwegend accommoderend monetair beleid onder Ben Bernanke en Janet Yellen.

In 2021 zou de Amerikaanse begrotingsstimulus 15 % van het bbp van het land kunnen vertegenwoordigen. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan en de Stille Oceaan starten Europa en China infrastructuurprojecten die de prijzen van grondstoffen zoals staal opdrijven. De prijs van ijzererts die sinds maart is verdubbeld, zou kunnen plafonneren, maar geen nood: de staalcontracten in China staan op hun hoogste niveau in tien jaar en de kloof tussen de ijzerhoudende grondstof en de prijs van het eindproduct explodeert, wat de staalproducenten ten goede komt: Arcelor, Alcoa nemen een hoge vlucht, terwijl de offshore windenergiegiganten (Orsted, Vestas) een kwart van hun beurswaarde verliezen.

Volgens het tijdschrift Cyclope zouden de grondstoffen in 2021 met 19 % kunnen blijven groeien, na de stijging van 20 % in 2020! Wat de activiteitsindicatoren betreft, wijzen de indexen van de aankoopdirecteurs in de Verenigde Staten op een stijging van de prijzen tot hun hoogste niveau in 12 jaar, zowel in de dienstensector als in de verwerkende sector. Historisch gezien leverden deze statistieken een goede voorspelbaarheid van de inflatie op.

Maar zal dit volstaan om de beroemde curve van Philips te herstellen, die de (tot nu toe inactieve) elasticiteit meet van de inflatie tegenover dalende werkloosheid en capaciteitsbenutting? Zal dit uiteindelijk volstaan om het effect te compenseren dat automatisering en digitalisering kunnen hebben op de uiteindelijke prijs van goederen en diensten? Zal dit nog volstaan om het verlies van het “demografische dividend” op te vangen (in China zou de leeftijdspiramide van het type pagode en de sterke daling van het geboortecijfer als gevolg van de pandemie het aandeel van de bevolking in de werkende leeftijd al binnen tien jaar kunnen doen dalen)?

Zou de te abrupte stijging van de lange rente een deflatoire tegenschok kunnen veroorzaken op het wereldwijde vastgoedpark, waaraan, in tegenstelling tot aandelen, zeer veel huishoudens zijn blootgesteld en waarvan de marktwaarde, geschat op bijna 300 biljoen dollar (een jaar wereldwijd bbp), die van de wereldwijde beurskapitalisatie (90 biljoen) ver overschrijdt? Aan het begin van het jaar roept het reflatiescenario meer vragen op dan het antwoorden biedt.

Net als de relativiteitstheorie, en de kwantumfysica in vergelijking met de newtonmechanica, zouden de huidige inflatoire krachten een voorbode kunnen zijn van een radicale breuk met het verleden. De gevolgen voor het gedrag van economische actoren en beleggers zijn onbekend: we moeten goed beseffen dat meerdere generaties van hen nooit inflatie hebben gekend!