De komende twintig jaar vindt in Nederland de grootste vermogensoverdracht uit de geschiedenis plaats. Tegelijkertijd stellen veel beleggers zichzelf de vraag: hoe ziet een goed gespreide portefeuille er in 2026 eigenlijk uit?
Vastgoed, aandelen en obligaties vormen nog altijd de basis. Toch ziet Rob Jansen, directeur van GroenVermogen, langzaam een nieuwe categorie ontstaan: duurzaam beleggen. GroenVermogen is een fondsbeheerder die zich richt op natuurherstel, CO₂-certificaten en duurzame investeringen. En dan toch ook een stabiel rendement vanaf 8% weten te realiseren.
Rob Jansen van Groenvermogen
“Jarenlang was vastgoed voor veel mensen een vanzelfsprekende keuze. En dat is het nog steeds. Maar als je al vastgoed hebt, wat aandelen en wat liquiditeiten, dan komt vroeg of laat de vraag: wat doe ik met de rest? Daar zie je steeds meer interesse ontstaan voor beleggingen die bijdragen aan grote maatschappelijke transities.”
Een ontwikkeling die grote institutionele beleggers al veel langer in het vizier hebben, aldus Jansen. Kiezen tussen rendement en iets goeds doen “Grote beleggers zoals pensioenfondsen denken twintig of dertig jaar vooruit. Zij kijken naar thema’s waarvan ze verwachten dat die over enkele decennia nog steeds relevant zijn. Natuurherstel hoort daar absoluut bij.”
En de markt is groter dan veel mensen denken, stelt Jansen.
“Er gaat wereldwijd enorm veel kapitaal om in duurzaamheid. Tegelijkertijd zie je dat veel particuliere beleggers hun portefeuille opnieuw tegen het licht houden. Niet alleen met het oog op rendement, maar ook vanuit de vraag: wat laat ik achter? Dat hoor ik steeds vaker. Mensen denken na over hun kinderen, hun kleinkinderen en de wereld waarin zij straks leven.”
“Beleggers hebben jarenlang geleerd dat je moet kiezen: óf rendement, óf iets goeds doen. Ik denk dat die tijd voorbij is. De vraag is eerder: hoe kun je beide combineren?”
Bij GroenVermogen vertaalt zich dat naar een duidelijke visie op beleggen. Het bedrijf investeert uitsluitend in ondernemingen en projecten die passen binnen vooraf vastgestelde duurzaamheidscriteria. “Als wij in een bedrijf investeren, moet minimaal tachtig procent van de omzet uit duurzame activiteiten komen. Dat is voor ons een harde ondergrens. Daarnaast sluiten we bedrijven uit die banden hebben met de fossiele industrie. Je moet als belegger wel kunnen vertrouwen op de keuzes die gemaakt worden.”
Die keuzes leiden beleggers naar een markt die voor veel mensen nog relatief onbekend is: CO₂-certificaten. “CO₂-certificaten hebben niet altijd een goede reputatie gehad,” zegt Jansen. “Dat begrijpen we ook. Maar de CO₂-markt van vandaag is niet meer die van twintig jaar geleden. Er wordt veel meer gecontroleerd, gemeten en gerapporteerd.”
“Stel: een bedrijf wil zijn CO₂-uitstoot verminderen, maar krijgt dat niet volledig voor elkaar", legt Jansen uit. "Dan kan het CO₂-certificaten aanschaffen. Die worden uitgegeven door projecten die bijvoorbeeld bossen herstellen of nieuwe natuur aanleggen en daarmee CO₂ opslaan."
"Zo ontstaat er een markt waarbij bedrijven betalen voor compensatie en natuurherstelprojecten een verdienmodel krijgen. Tegelijkertijd duurt het vaak jaren voordat zo'n project daadwerkelijk CO₂-certificaten oplevert. Dat maakt het aanbod beperkt."
GroenVermogen speelt daarop in met twee fondsen. Een aandelenfonds investeert wereldwijd in beursgenoteerde ondernemingen die actief zijn binnen duurzame thema’s. Daarnaast is er een projectenfonds dat zich richt op natuurherstelprojecten.
“Bij dat laatste fonds, waarin men kan investeren vanaf 125.000 euro, ontvangen beleggers gedurende de looptijd een vaste uitkering van 8% op jaarbasis, met daarnaast de mogelijkheid van een winstdeling. Dat spreekt veel mensen aan. Zeker beleggers die al vastgoed of aandelen hebben en op zoek zijn naar aanvullende spreiding.”
“Ik zal nooit zeggen: verkoop je vastgoed en stop alles in natuurherstel. Zo werkt beleggen niet. Maar ik denk wel dat natuurherstel zich ontwikkelt tot een serieuze aanvulling op een bestaande portefeuille.”
“Deze markt ontwikkelt zich razendsnel, dat kan ook niet anders gezien de uitdagingen waar we als mensheid voor staan. Dit is pas het begin.”
En juist daarom vindt hij dit een interessant moment om naar de markt te kijken. “De grote beleggers hebben hun positie al ingenomen. De vraag is niet of deze ontwikkelingen doorgaan, maar wie er uiteindelijk van profiteert. Dat is een gesprek dat steeds meer particuliere beleggers nu ook met zichzelf voeren.”