Jojo-wetgeving: “Youngtimers vallen straks twee jaar buiten de regeling”

Petitie aan Eerste Kamer: voltooi het herstel van de youngtimerregeling

De youngtimerregeling wordt hersteld en dat is goed nieuws voor branche en berijders. Er is echter nog ruimte voor verbetering. In de kabinetsplannen vallen bestaande youngtimers van bouwjaar 2008 tot en met 2010 in 2028 en 2029 alsnog tijdelijk buiten de regeling, om er in 2030 weer in terug te keren. Stichting Autobelangen biedt daarom op dinsdag 27 oktober, mede namens de betroffen berijders en gespecialiseerde youngtimerbedrijven, een petitie aan die de leden van de Eerste Kamer scherp moet houden op eerdere beloftes van de regering.

Ondernemers die hun zakelijke auto onder de youngtimerregeling rijden, betalen bijtelling over de werkelijke waarde in plaats van de nieuwprijs. Eind 2025 werd deze regeling via een amendement vrijwel afgeschaft, door een verhoging van de leeftijdsgrens van 15 naar 16 en vervolgens 25 jaar. De gevolgen waren direct voelbaar: de handel viel stil en berijders zagen torenhoge lastenverzwaringen op zich afkomen. De Senaat sprak zich daar in december 2025 breed en kritisch over uit. Mede dankzij die inzet kwam er een overgangsregeling en ligt er nu, in het Belastingplan 2027, een geleidelijker transitiepad: de leeftijdsgrens gaat naar 17 jaar in 2027 en naar 20 jaar in 2028.

Juist in die laatste stap zit het probleem: een sprong van drie jaar. “Een ondernemer met een auto uit 2010 betaalt in 2027 bijtelling over de actuele waarde, in 2028 en 2029 ineens over de nieuwprijs van bijna twintig jaar geleden (gemiddelde lastenverzwaring 800 procent) en vanaf 2030 weer over de werkelijke waarde”, zegt Wouter van Embden van Stichting Autobelangen. “Dat is jojo-wetgeving. En het wrange is: de opbrengst van dat gat heeft het kabinet ingeboekt als dekking van zijn eigen plan. Het gat is geen foutje, het gat is de dekking.” De oplossing ligt volgens de petitie klaar en heeft het kabinet zelf al laten doorrekenen: verhoog de leeftijdsgrens elk jaar met één jaar (18 in 2028, 19 in 2029, 20 in 2030) inclusief doorlopend overgangsrecht. "Dit zorgt ervoor dat een auto die eenmaal youngtimer is, dat ook blijft", aldus van Embden. De kosten: eenmalig circa 20 miljoen euro en structureel 1 miljoen euro, op een belastingpakket van vele miljarden. De sector heeft bovendien zelf een dekkingsvoorstel aangedragen.

De petitie vraagt de Eerste Kamer om bij de behandeling van het Belastingplan 2027 twee toezeggingen van de regering te vragen:

1. Maak het afbouwpad lineair: jaarlijkse stappen naar 20 jaar in 2030, met doorlopend overgangsrecht, zodat een bestaande youngtimer niet meer tijdelijk uit de regeling valt.
2. Eén leeftijdsgrens in de autobelastingen: laat de grens voor waardering tegen werkelijke waarde in de pseudo-eindheffing (nu 25 jaar) meelopen met de youngtimerleeftijd. Wat 'passend' is voor de bijtelling, is dat ook voor de pseudo-eindheffing. In de uitvoering ligt dit ook meer voor de hand.

Hoe groot het verschil tussen nieuwprijs en werkelijke waarde is, lieten gecertificeerde taxateurs vastleggen: de gemiddelde youngtimer had een catalogusprijs van 84.423 euro, maar is vandaag 7.132 euro waard. “Wie over de nieuwprijs van toen moet afrekenen, betaalt belasting over een auto die allang niet meer bestaat”, aldus Van Embden. “Bij auto’s van vóór 2010 is de nieuwprijs vaak niet eens geregistreerd.”

De stichting benadrukt dat de petitie geen protest is, maar een zet in de goede richting. David Joost Kamermans van Welmans Automobielen is dankbaar, maar ook kritisch: “De Senaat heeft vorig jaar het verschil gemaakt voor de youngtimerrijder. Helaas duurt de onzekerheid en onvoorspelbaarheid nog voort, zelfs in het verbeterde voorstel. De Eerste Kamer zal als controlerende macht de kwaliteit van wetgeving moeten waarborgen: een lineaire overgang met één consistente leeftijdsgrens. Berijders en branche hebben recht op voorspelbare regels die niet veranderen tijdens de wedstrijd.”

De petitie wordt dinsdag 27 oktober om 12:30 uur aangeboden aan leden van de Eerste Kamer in Den Haag.