De verhalen rondom goud hebben vaak een mythisch karakter. Eeuwen geleden trokken de Spaanse veroveraars naar het Zuid-Amerikaanse continent om op hun rooftochten gouden schatten te vinden. Scheepsladingen vol gingen retour naar Spanje. Waarvan sommige als gevolg van een orkaan of plots opduikende storm naar de bodem van de Atlantische Oceaan zonken.
Veel schatzoekers zijn al eeuwen in de ban van het legendarische El Dorado. Het zou een stad in het Inca-rijk zijn met een gouden paleis. Zoektochten en expedities zochten naar de gouden stad die ergens onder het oerwoud verborgen ligt. Goud kopen was er in die tijd niet bij. Het werd ‘gewoon’ geroofd uit schatkamers op paleizen.
Mannen met een onverwoestbare moed trokken de oerwouden van Zuid-Amerika in. Op zoek naar El Dorado. Waar lag deze stad ? Ergens in de Andes of aan de monding van de Amazone. Onder de Spanjaarden en Portugezen brak een ware goudkoorts uit. Ze wilden allemaal, de stad, het mythische rijk en de gouden koning vinden. Het liep voor velen desastreus af in hun zoektocht naar edelstenen en gouden munten. Ze werden soms letterlijk door de koorts geveld.
De goudkoorts is van alle tijden. Zilver, goud en diamanten; ze spreken al eeuwenlang tot de verbeelding. Ook op het Noord-Amerikaanse continent raakten duizenden kolonisten besmet met het virus van de goudkoorts. Werd ergens een goudklompje ontdekt dan ging het nieuws binnen de kortste keren overal rond als een lopend vuurtje. Goud of zilver kopen voor een mooi sieraad was voor de vaak armlastige nieuwe Amerikanen niet aan de orde. Ze gingen zelf met een zeef aan de slag om zo gouderts te bemachtigen. Slechts weinigen werden er steenrijk van, maar toch konden sommige kolonisten op deze manier overleven.
Hoewel veel van de verhalen rondom El Dorado naar het rijk der fabeltjes kunnen worden verwezen, zit er toch soms een kern van waarheid in. Er werden namelijk weldegelijk ladingen goud, sieraden en edelstenen via de Atlantische Oceaan naar Spanje verscheept. Een van die schepen is het Galjoen San José die ergens op de bodem van de zee moest liggen. Vele expedities beten zich stuk op de locatie van dit goudschip. Niet alleen een buit van onschatbare waarde lag onder water ook zeshonderd schepelingen gingen op 8 juni 1708 kopje onder en verdronken.
Uiteindelijk werd de locatie van het galjoen ontdekt en bleek de kostbare lading nog steeds intact te zijn. Er brak een figuurlijk gevecht uit tussen de Verenigde Staten, Spanje en Colombia. Ze eisen allemaal een deel van de buit op. Eigenlijk komen de juwelen, goud en het zilver uit Peru. Dus dat land kan ook nog een claim leggen.
Terwijl piraten en boekaniers in naam van hun land legaal gouden schatten roofden, gebeurt dit tegenwoordig vaak op een minder opzichtige manier. Onlangs betrapte de douane op Schiphol een smokkelaar die 25 kilo goud probeerde mee te nemen. Het gesjouw met de lading of de controle in scanner moet de douaniers zijn opgevallen. De man probeerde het zware goud en 8500 euro cash naar Dubai te vliegen. In een bedrijfspand in Enschede werd nog eens 29 kilo goud gevonden. De man wilde geen verklaring afleggen. Maar helaas is zwijgen bij hem geen goud waard. Dat is namelijk in beslag genomen.