De CIO’s bij Degroof Petercam en Indosuez Wealth Management delen hun marktinzichten
Op 17 februari vieren de Chinezen Nieuwjaar. 2026 is het jaar van het vuurpaard, wat symbool staat voor durf, transformatie en innovatie. Een gunstige periode dus om kansen te grijpen, maar niet voor impulsieve beslissingen. Succes vereist een heldere blik, strikte planning en weloverwogen adviezen.
De financiële markten navigeren langs uitgesproken ambities op alle vlakken: het gedurfde beleid van Donald Trump, de wereldwijde expansie van China en de pijlsnelle groei van de AI-bedrijven zetten de toon. De uitdaging voor beleggers is duidelijk: de echte opportuniteiten onderscheiden van het geopolitieke rumoer en zich concentreren op de kerncijfers.
Europa en Jerome Powell proberen ondanks het onvoorspelbare Amerikaanse leiderschap hun geloofwaardigheid te bewaren. De Amerikaanse economie blijft sterk presteren, wat ons ertoe brengt de groeiverwachting voor 2026 op te trekken tot 2,7%, boven de marktconsensus. In Europa zet het herstel zich voort, met een verwachte heropleving van Duitsland in de tweede jaarhelft. Tegelijkertijd blijft Azië de motor van de wereldwijde groei en trekken de ondergewaardeerde yen en de steeds sterkere renminbi de aandacht van beleggers.
Hoewel de recente commerciële en geopolitieke nieuwsberichten een lichte opleving van de kortetermijnvolatiliteit in de hand hebben gewerkt, blijft het wereldwijde macro-economische kader gunstig zolang de financiële voorwaarden inschikkelijk blijven, wat de risicobereidheid op de markten ondersteunt. Daarom blijven wij opteren voor een overwogen positie in risicodragende activa in onze portefeuilles.
In de VS kan opnieuw worden gesproken van een ‘Goldilocks’-economie (of Goudlokje-economie in het Nederlands), wat wordt weerspiegeld in de opwaartse herziening van onze economische vooruitzichten. Zo’n situatie wordt vaak gekoppeld aan de robuuste kerncijfers van de Amerikaanse bedrijven, zoals blijkt uit de verwachte winstgroei per aandeel tot ruim 15% in 2026. Dit zou de prestaties van de Amerikaanse aandelen, waarin we sterk belegd zijn, moeten blijven ondersteunen.
Concreet blijven we de voorkeur geven aan Amerikaanse largecaps, en dan vooral die met blootstelling aan AI. We verwachten evenwel dat de resultaten in dat segment sterker uit elkaar gaan lopen, waardoor een nauwgezette selectie met bijzondere aandacht voor de financiële structuur en de waarderingsniveaus van die ondernemingen onontbeerlijk wordt. Bovendien zijn we van mening dat de nieuwe AI-ontwikkelingsfase baat kan hebben bij ‘adoptanten’: ondernemingen die AI gebruiken als hefboom om de productiviteit op te drijven. De huidige cijfers suggereren immers dat het groeipotentieel in dat segment grotendeels onbenut blijft. We vervolledigen onze allocatie ten slotte met wat diversificatie in het segment van de kwalitatieve small- en midcaps. Zij zullen vermoedelijk de vruchten blijven plukken van de huidige economische dynamiek, de recente fiscale hervormingen en een minder beperkend monetair en reglementair kader.
Ook de opkomende markten blijven een wezenlijk deel van onze allocatie uitmaken. De omstandigheden zijn gunstig voor die regio vanwege de relatief zwakke dollar, de bemoedigende economische signalen en de maatregelen voor monetaire versoepeling die al werden geïmplementeerd.
Op micro-economisch vlak blijft de regio Azië zonder Japan met een verwachte jaarlijkse winstgroei van ruim 20% aantrekkelijke vooruitzichten bieden. Bovendien bekleden de groeimarkten een strategische positie als onmisbare leveranciers in de wereldwijde wedloop naar AI en defensie, wat hun groei op middellange termijn een duwtje in de rug zou moeten geven. Daarnaast zouden enkele belangrijke hervormingen voor meer bedrijfsrentabiliteit, zoals het Koreaanse ‘Value Up4’-programma en de Chinese anti-involutiemaatregelen, een positieve invloed moeten blijven uitoefenen op de beurskoers van bepaalde Aziatische bedrijven.
Bij de Europese aandelen kiezen we voor een gematigde aanpak wegens de hardnekkige politieke onzekerheid en de minder gunstige groeidynamiek. We blijven evenwel de voorkeur geven aan small- en midcaps en aan ondergewaardeerde ondernemingen, die een relatief gunstig marktklimaat genieten en profiteren van de recente renteverlagingen van de ECB.
Ten slotte handhaven we een kleine positie in Japanse aandelen. We opteren voor voorzichtigheid vanwege de monetaire verkrapping door de Japanse centrale bank en het toegenomen risico dat weegt op de yen.
In het obligatieluik handhaven we een gematigde blootstelling aan staatsobligaties. Zoals verwacht, heeft de langetermijnrente zich hersteld. We zijn evenwel van mening dat de risico’s verbonden aan begrotingstrajecten, en dan met name de netto schuldemissies en de herfinanciering van de bestaande schulden, kunnen blijven wegen op de langlopende vastrentende effecten. We geven daarom de voorkeur aan looptijden tot vijf jaar, die gevoeliger zijn voor het beleid van de centrale banken en aantrekkelijker ogen door de gunstige carry ten gevolge van de huidige hellingsgraad van de rentecurve.
We verkiezen vandaag investment grade-obligaties in de eurozone, waar de ondernemingen nog steeds financieel gezond zijn. De beleggingscategorie zou ook een duwtje in de rug moeten krijgen van de constante stroom van beleggers die op zoek zijn naar aantrekkelijkere rendementen, nu de geldmarktfondsen niet meer zoveel opleveren. Bovendien trekken we onze visie op Amerikaanse hoogrentende obligaties op naar neutraal. Die herziening is het gevolg van een opwaarts geherwaardeerd groeiscenario, nu de technische factoren positief blijven (handhaving instromen) en de wanbetalingsratio’s nog steeds relatief laag liggen.
Ten slotte blijven we positief over schuldpapier uit opkomende landen in lokale munt. Die kunnen niet alleen een aantrekkelijk rendement voorleggen, maar ook aanhoudende instromen die de beleggingscategorie zouden moeten blijven ondersteunen. Bovendien zou het inflatieniveau in de groeilanden kunnen leiden tot een golf van monetaire versoepeling, waar dat segment de vruchten van zou plukken.
Ondanks de mooie economische groei in de Verenigde Staten begin 2026 blijven we voorzichtig over de dollar. Het beleid van Donald Trump leidt tot aanzienlijke geopolitieke risico’s en zijn aanhoudende kritiek op de Fed kan het vertrouwen ondermijnen. We versterken onze positie in de yen, aangezien de recente sterke krimp van het renteverschil met de andere ontwikkelde landen niet wordt weerspiegeld in de waarde van de Japanse munt. Bovendien zal de yen de vruchten plukken van de repatriëring van geldstromen naar Japan, als de volatiliteit weer zou opleven. De renminbi zou dan weer baat moeten hebben bij het gunstige economische kader in China.
Door Alexandre Drabowicz, Grégory Steiner, Bénédicte Kukla, Adrien Roure, Lucas Meric en Alexandre Gauthy