Doijer & Kalff: Oorlog zonder goudrally - olie pakt de hoofdrol

Het conflict in het Midden-Oosten heeft geleid tot brede onzekerheid in financiële markten, maar een goudrally bleef uit. Waar beleggers normaliter naar goud vluchten bij oorlogsgeweld en onzekerheid, bleek dat effect dit keer van korte duur. “Niet goud, maar olie speelt de hoofdrol. En stijgende olieprijzen hebben indirect een negatieve invloed op goud”, stelt Reinoud Bogert, directeur bij goudhandelsbedrijf Doijer & Kalff.

Reinoud bogert
Reinoud Bogert
Sinds de eerste luchtaanval op Iran, op 28 februari, schoot de olieprijs direct omhoog en liep tientallen procenten op, terwijl goud na een korte opleving juist achterbleef. De vrees voor verstoringen in de mondiale energievoorziening zet de olieprijs voortdurend in beweging.

Goud liet een heel ander beeld zien: na een korte stijging stabiliseerde de goudprijs en daalde deze zelfs de afgelopen twee weken. Donderdag leidde een tegenvallend inflatiecijfer in de VS tot een verdere daling van de goudprijs, maar het edelmetaal lijkt zich vandaag iets te herstellen.

Bogert: “Het prijsverloop is grillig. Dit illustreert dat beleggers naar richting zoeken. We merken bij onze klanten dat er even weinig bereidheid is om goudtransacties te doen.”

Vrees voor oplopende inflatie

De verklaring voor de ontwikkeling van de goudprijs ligt bij inflatie en rente, legt Bogert uit. De oplopende olieprijs voedt de angst voor hogere inflatie, waardoor centrale banken minder ruimte hebben om de rente te verlagen of zelfs weer zullen moeten verhogen. Dat zet de goudprijs onder druk; het edelmetaal profiteert juist van renteverlagingen.

Goud blijft een veilige haven, verzekert Bogert, maar die rol verschuift nu wel naar de achtergrond. “Op korte termijn is goud erg afhankelijk van de dollar en van toekomstige rentebewegingen, maar onderliggend neemt de behoefte aan bescherming juist toe,” aldus Bogert. “Dat maakt goud even minder voorspelbaar, maar niet minder relevant. Onze klanten bezitten goud voor de lange termijn, doorgaans langer dan 10 jaar. De prijs op korte termijn is dan niet zo belangrijk.”