De risicopremies op obligaties uit opkomende markten (EMD) lopen minder sterk op dan verwacht door de oorlog in het Midden-Oosten. Wel zijn er duidelijke verschillen tussen landen, afhankelijk van hun rol als olie-importeur of -exporteur. Dat stelt Adrian Hilton, hoofd obligaties opkomende markten bij vermogensbeheerder Columbia Threadneedle.
Sinds het begin van het conflict zijn de risicopremies op obligaties uit opkomende markten in harde valuta licht opgelopen, maar de stijging blijft volgens Hilton beperkt. Zo noteerde de spread op de toonaangevende JPM EMBI Global Diversified-index afgelopen week rond 279 basispunten, zo’n 25 basispunten hoger dan vóór het uitbreken van het conflict.
“De stijging is niet alleen zichtbaar bij landen met een hogere yield, maar opvallend genoeg ook bij landen met een investment grade-rating. Vooral landen die geografisch dicht bij het conflict liggen of afhankelijk zijn van export via de Straat van Hormuz presteren zwakker”, aldus Hilton.
Beleggers differentiëren sterker tussen landen in de regio op basis van hun gevoeligheid voor energie- en geopolitieke risico’s. Zo wordt Qatar geraakt door verstoringen in de LNG-productie en de afhankelijkheid van de Straat van Hormuz, terwijl andere landen hun export deels kunnen omleiden via alternatieve routes. “Maar de aanval op een raffinaderij in Saoedi-Arabië aan de Rode Zee en het risico op aanvallen door Houthi’s op de scheepvaart tonen echter aan dat ook daar verstoringen mogelijk zijn”, waarschuwt Hilton.
Bahrein, waar de overheidsfinanciën al vóór de crisis kwetsbaar waren, en Egypte, een energie-importeur die sterk afhankelijk is van buitenlandse kapitaalstromen, behoren volgens Hilton tot de meest kwetsbare landen in de regio.
“Door de oorlog en de onzekerheid over de energietoevoer is het logisch dat landen in de regio, inclusief olie-exporteurs, hogere risicopremies kennen dan voorheen. “Daarnaast bestaat het risico dat beleggers hun posities afbouwen of kapitaal terugtrekken door de toegenomen volatiliteit.”
Ook buiten het Midden-Oosten zijn de effecten merkbaar. In Azië staan onder meer de Filippijnen en Sri Lanka onder druk, door hun afhankelijkheid van energie-import en de impact van de verstoringen daarvan op de economische groei en inflatie.
Hoewel een langdurige escalatie niet het basisscenario is, blijft het risico op verstoring van de olieaanvoer aanzienlijk, aldus Hilton. “Hogere energieprijzen kunnen via inflatie leiden tot krapper monetair beleid en druk zetten op groei en overheidsfinanciën in opkomende markten.”
De opkomende markten staan er wel beter voor dan tijdens de crisis na de Russische inval in Oekraïne in 2022, zegt Hilton. “Overheidsfinanciën en externe balansen zijn sterker en veel landen hebben buffers opgebouwd. Daarnaast zijn centrale banken beter in staat tijdelijke energieprijsschokken op te vangen, omdat verstoringen in toeleveringsketens en arbeidsmarkten — zoals na de pandemie — minder spelen.”