Schroders: Bij stagflatie loont de vlucht naar defensieve aandelen en waarde

Stagflatie is voor beleggers een van de lastigste scenario’s: de groei vertraagt, terwijl de inflatie hardnekkig hoog blijft. Dat zet druk op winsten, knaagt aan koopkracht en beperkt tegelijk de ruimte voor centrale banken om de economie met lagere rentes te ondersteunen. Toch leert de geschiedenis dat aandelen in zo’n klimaat niet per definitie kansloos zijn, meent Duncan Lamont, hoofd research bij Schroders in zijn nieuwste Equity Lens-rapport. Gemiddeld wisten aandelen de inflatie in stagflatiejaren ruwweg bij te houden en presteerden ze vaak nog altijd beter dan cash. De vraag is alleen: in welke aandelen moet een belegger beleggen?

Aandelen tijdens stagflatie

Defensieve sectoren komen bovendrijven

Volgens Lamont zijn het vooral de defensieve hoeken van de aandelenmarkt die dan in beeld komen bij beleggers. Vastgoed, nutsbedrijven, energie, consumentengoederen en zorg hebben in eerdere stagflatieperiodes relatief goed standgehouden. Ook in de twaalf maanden na grote olie-aanbodschokken presteerden nutsbedrijven, energie, consumentengoederen en zorg het sterkst. Dat is logisch, want dit zijn sectoren waarvan de vraag doorgaans minder conjunctuurgevoelig is, of die juist profiteren van hogere grondstoffenprijzen.

Sectoren na olieschok

Energie profiteert, maar is niet goedkoop

De voorkeur voor energie en grondstoffen ligt in zo’n omgeving voor de hand. Hogere olie- en gasprijzen zijn vaak juist de aanleiding voor stagflatievrees. Producenten van energie en grondstoffen kunnen die prijsstijgingen deels incasseren in hun marges. Daar staat tegenover dat deze sectoren inmiddels niet goedkoop meer ogen.

Zorg, nuts en consumentengoederen als tweede verdedigingslinie

Defensieve sectoren als consumentengoederen, nutsbedrijven en gezondheidszorg lijken daarom aantrekkelijker als tweede verdedigingslinie. Consumentengoederen en nutsbedrijven hebben historisch goed gepresteerd in stagflatiejaren, juist omdat de vraag minder gevoelig is voor een economische terugval. Gezondheidszorg is historisch minder eenduidig, maar wordt in het rapport wel als kansrijker beoordeeld dan de ruwe historische cijfers suggereren. Daarbij helpt dat zorgaandelen wereldwijd minder duur zijn dan veel andere sectoren ten opzichte van hun historisch gemiddelde.

De Britse beurs valt op, Europa is kwetsbaarder

Op regionaal niveau springt het VK eruit. De Britse beurs heeft een relatief zware weging in defensieve sectoren als energie, consumentengoederen, nutsbedrijven en gezondheidszorg en is daarmee historisch beter gepositioneerd voor een omgeving van olieprijsschokken en stagflatie. De VS staat er economisch weer beter voor dan Europa en veel Aziatische markten, omdat de Amerikaanse economie als netto grondstoffenexporteur minder kwetsbaar is voor stijgende grondstoffenprijzen. Europa en Azië zijn als netto-importeurs gevoeliger voor hogere energie- en voedselprijzen.

Minder dure groei, meer waarde

Dat betekent niet dat beleggers groeiaandelen helemaal moeten schrappen. Lamont wijst er wel op dat technologie en communicatiediensten in een stagflatieomgeving risicovoller zijn, door zwakkere vraag, stijgende kosten en hun gevoeligheid voor hogere rentes. Tegelijk zijn de winstverwachtingen voor technologie nog altijd hoog en zijn de grote techbedrijven winstgevend en financieel sterk. Wie die blootstelling wil afdekken zonder de aandelenmarkt te verlaten, kan volgens Lamont beter naar waarde-aandelen kijken. Die hebben een lage correlatie met AI-gerelateerde aandelen en hielden zich in eerdere zwakke kwartalen voor halfgeleiders duidelijk beter. Wel is daarbij selectie belangrijk: veel passieve value-indices zitten nog altijd vol met grote Amerikaanse technologieaandelen en bieden dus minder bescherming dan het label suggereert.

Beleggen wordt weer kiezen

De boodschap van Lamont is daarmee helder. Als stagflatie toeslaat, hoeft een belegger niet per se uit aandelen te vluchten. Maar het accent verschuift wel. Minder nadruk op dure groei en economisch gevoelige sectoren, meer op defensieve bedrijven, grondstoffenblootstelling, selectieve zorg en waarde. In zo’n markt draait het minder om meeliften op brede indexgroei en meer om overlevingskracht, prijszettingsmacht en waardering. Juist dan wordt beleggen weer een kwestie van kiezen.