Beperkte staatssteun goed voor energietransitie

De Nederlandse regering grijpt aanzienlijk minder in om burgers en bedrijven te beschermen tegen de nieuwe energiecrisis dan vier jaar geleden. In ons land blijft de aangekondigde staatssteun beperkt tot naar schatting 0,05–0,10 procent van het bbp, fors lager dan in 2022. Volgens kredietverzekeraar Allianz Trade is deze beperkte steun in Nederland goed voor de energietransitie. Europa-breed gezien is het sterk wisselende steunbeleid eerder een rem op de energietransitie.

In de eigen analyse benadrukt Allianz Trade dat de aanleiding van de energieschok fundamenteel verschilt met 2022. Johan Geeroms, Director Risk Underwriting Allianz Trade Benelux: “Het gaat niet alleen om hogere prijzen, maar om een fysieke verstoring van de aanvoer. Door de blokkade van de Straat van Hormuz is de aanvoer van circa 20 miljoen vaten in het geding. Ondanks omleidingen, extra aanbod en strategische voorraden is er een feitelijk netto tekort van ongeveer 10 miljoen vaten per dag.”

Snelle actie overheden

Volgens Allianz Trade kwamen vele overheden opvallend snel met een eerste beleidsreactie. Variërend van accijnsverlagingen, subsidies tot prijsmaatregelen. Gemiddeld komt de fiscale steun uit op circa 0,15 procent van het bbp in ontwikkelde economieën en 0,20 procent in opkomende markten. Terwijl grotere Aziatische economieën als Zuid-Korea, India en Indonesië pakketten van meer dan 1 procent van het bbp hebben opgetuigd.

Dergelijke maatregelen zijn onvoldoende om het fysieke aanbodtekort op te lossen. Vraaguitval en rantsoenering in delen van de wereld zijn daardoor onvermijdelijk. In Azië is die realiteit al zichtbaar. Zo zijn kortere werkweken ingevoerd, beperkingen op brandstofverbruik en noodplannen om de vraag te drukken. Allianz Trade schat dat deze maatregelen de mondiale olievraag in maart en april al met ongeveer 1 miljoen vaten per dag hebben verlaagd.

Europa: wel steun, maar geen herhaling van 2022

Voor Europa is de lijn duidelijk anders dan vier jaar geleden. In 2022 liep de staatssteun over de periode 2022-2024 op tot 2,2 procent van het bbp. De steun die tot nu toe is aangekondigd ligt rond 0,15 procent van het bbp. Volgens Geeroms komt die terughoudendheid niet alleen door begrotingsdruk. “De EU-landen hebben geleerd van de vorige crisis. Brede prijsmaatregelen dempen op korte termijn de pijn, maar houden de vraag hoog. De prikkel om energie te besparen wordt hierdoor ondermijnd.” Geeroms ziet ook een andere reden waarom Europa minder grootschalig compenseert: “Door de grotere rol van wind- en zonne-energie werkt een hogere gasprijs minder direct door in de elektriciteitsprijs dan tijdens de vorige crisis.”

Verschillen binnen de EU

Binnen Europa lopen de reacties sterk uiteen. In vergelijking met 2022 zijn EU-landen minder bereid de volledige klap op te vangen. De staatssteun in Duitsland komt uit rond 0,04% van het bbp, Nederland ruwweg 0,05–0,10% en België slechts 0,01%, terwijl grote energie‑importeurs als Italië, Spanje en Frankrijk gemiddeld richting 0,15–0,20% van hun bbp in energiesteun steken. Spanje trad vroeg en stevig op met meer dan 80 brede maatregelen voor prijsplafonds en subsidies. Frankrijk volgde later en greep veel selectiever in en accepteert daarmee meer prijsdoorwerking. Ook Nederland koos een zuinige beleidslijn. Op het eerste gezicht is het Duitse pakket (ongeveer 0,04 procent van het bbp) klein, maar onze Oosterburen voeren daarbovenop ook nog fiscale compensatie door.

Over de steun in Nederland zegt Geeroms: “De steun valt dit keer veel lager uit dan in 2022. Overall zaait een sterk wisselend steunbeleid vooral onzekerheid. Bedrijven en gezinnen houden hierdoor de hand op de knip. Je kunt zeggen dat de beperkte staatssteun goed is voor de energietransitie in Nederland. Simpel gezegd: als de benzine duur is en de compensatie beperkt, dan zullen mensen eerder een nieuwe of tweedehandse elektrische auto overwegen en de huidige consumptie verminderen.”

Tweede steunronde

Als het conflict langer aanhoudt, kan volgens Allianz Trade een tweede ronde steun nodig zijn. Hoe die steun eruit moet zien, komt nauw stelt Geeroms: “Wie elke prijspiek volledig weg subsidieert, haalt de prikkel weg om te besparen, te innoveren en sneller te verduurzamen. Juist die marktprikkel is nodig om de energietransitie vooruit te duwen."

Geeroms waarschuwt voor structurele marktverstoring wanneer tijdelijke noodsteun te lang in stand blijft. "De overheid moet voorkomen dat tijdelijke hulp verouderde en energieverslindende bedrijfsmodellen kunstmatig overeind houdt. Steun is geen vanzelfsprekend recht, maar een strategische keuze. Als bedrijven publieke steun krijgen, moet daar altijd iets tegenover staan: investeren in energiebesparing, versnelling van de groene transitie en terughoudendheid met dividend en bonussen." Het slechtste wat kan gebeuren is volgens Geeroms dat bedrijven en burgers gaan denken dat de overheid wel bijspringt als het even moeilijk gaat.