Risicovolle activa krijgen te maken met stijgende wereldwijde obligatierendementen

Christian Floro, Market Strategist, Principal Asset Management

De recente onrust op de rentemarkt heeft de rendementen op langlopende staatsobligaties naar opmerkelijke historische hoogtes gedreven: de rendementen op Amerikaanse 30-jarige obligaties hebben hun hoogste niveau sinds 2007 bereikt, die op Japanse 30-jarige staatsobligaties sinds hun introductie in 1999, die op Britse staatsobligaties sinds 1997 en die op Duitse Bunds sinds 2011. Tegelijkertijd hebben de aandelen de stijging van de rendementen echter zonder al te veel schade opgevangen, gesteund door een sterk winstklimaat Toch mag die veerkracht niet als vanzelfsprekend worden beschouwd, aangezien de risicobalans steeds fragieler wordt.

De wereldwijde obligatiemarkten zijn de afgelopen weken fors gedaald, waardoor de rendementen op langlopende obligaties op de belangrijkste markten tot het hoogste niveau in decennia zijn gestegen. Dit is geen reeks op zichzelf staande marktbewegingen.

Het is eerder zo dat de wereldwijde obligatiemarkten bezig zijn met het herwaarderen van een reeks gemeenschappelijke risico’s: hardnekkige inflatie, een expansief begrotingsbeleid en verhoogde geopolitieke onzekerheid als gevolg van een langdurige afsluiting van de Straat van Hormuz. Samen zorgen deze factoren, verder versterkt door de sterke groei in de VS, ervoor dat het vertrouwen in een versoepeling van het monetaire beleid afbrokkelt en dat de rendementen op obligaties wereldwijd stijgen.

Desondanks hebben aandelen de renteonrust zonder al te veel schade doorstaan. Ze werden daarbij gesteund door een sterk wereldwijd winstklimaat. De wereldwijde winstverwachtingen per aandeel zijn sinds het uitbreken van het conflict tussen de VS en Iran zelfs naar boven bijgesteld, wat wijst op aanhoudende kracht van de Amerikaanse winsten en een grotere veerkracht in Europa dan aanvankelijk gevreesd.

Amerikaanse aandelen zullen naar verwachting relatief goed bestand blijven tegen stijgende rentes, gesteund door sterke winstcijfers, de door AI gedreven investeringscyclus en een lagere directe blootstelling aan hogere energiekosten. Toch mag de veerkracht van Amerikaanse aandelen niet als vanzelfsprekend worden beschouwd: een verdere stijging van de energieprijzen, vooral als die de groei verzwakt en de Fed ertoe aanzet een strakker beleid te voeren, zou die relatieve kracht op de proef stellen. Het gevolg hiervan is dat de risicobalans steeds fragieler wordt. In deze omstandigheden blijft de veerkracht van de portefeuilles, meer dan een sterke overtuiging in een bepaalde richting, van het grootste belang.