Beleggers rekenen op stevige renteverhogingen in India, maar volgens Lucas D’Hulst van DPAM hoeft de centrale bank minder hard in te grijpen. De groei zwakt af zonder dat de economie wezenlijk verzwakt. Sterke bedrijfsbalansen en grote valutareserves bieden steun. Het aantrekken van buitenlands kapitaal blijft wel een uitdaging.
![]() Lucas d'Hulst |
De inflatie vraagt wel om actie. De prijsdruk verspreidt zich over meer goederen en diensten en de kerninflatie staat op het hoogste niveau in jaren. Herhaalde verstoringen in het aanbod werken steeds verder door in de prijzen.
DPAM verwacht daarom dat de Reserve Bank of India (RBI) de beleidsrente dit jaar met in totaal 0,5 procentpunt verhoogt, gevolgd door nog één verhoging in 2027. Een lange reeks renteverhogingen ligt volgens D’Hulst niet voor de hand.
De centrale bank zal vervolgstappen laten afhangen van de economische ontwikkeling en de breedte van de prijsstijgingen. Volgens D’Hulst rekenen beleggers op aanzienlijk meer renteverhogingen dan hij van de RBI verwacht.
Ook de wisselkoers speelt een belangrijke rol. India importeert veel energie en grondstoffen. Een zwakkere roepie maakt die invoer duurder en werkt snel door in consumentenprijzen. De export profiteert volgens D’Hulst maar beperkt van een goedkopere munt.
De RBI verkoopt daarom dollars wanneer de roepie onder druk staat en vult haar reserves aan wanneer kapitaal binnenstroomt. De valutareserves liggen nabij recordniveaus. Daarmee heeft de centrale bank ruimte om grote koersschommelingen tegen te gaan.
Internationale beleggers kijken vooral naar de afzwakkende groei en kapitaalinstroom. Binnen India is het beeld positiever. De groei neemt af vanaf recente pieken rond 8%, onder meer doordat de inhaalvraag wegebt. Volgens D’Hulst wijst dat niet op een fundamentele verzwakking. Consumptie, groeiende kredietverlening en gezonde bedrijfsbalansen blijven de economie ondersteunen.
Over de aanpak bestaat wel discussie. Sommige beleggers willen meer nominale groei, dus inclusief inflatie, om bedrijfsomzetten en investeringen aan te jagen. Beleidsmakers zien lagere nominale groei juist als het beoogde resultaat van beleid dat de inflatie onder controle moet houden.
Meer private investeringen vragen volgens hen vooral om hervormingen. Snellere rechtspraak, betere handhaving van contracten en verbeteringen in de arbeidsmarkt en infrastructuur moeten belemmeringen wegnemen.
Tegenover circa $95 miljard aan bruto buitenlandse directe investeringen staat een netto-instroom van vrijwel nul. Buitenlandse bedrijven halen winsten terug en verkopen belangen, terwijl Indiase ondernemingen zelf meer in het buitenland investeren.
Hoge Amerikaanse rentes maken herinvesteren in India minder aantrekkelijk. Ook complexe belastingregels, onzekerheid over regelgeving en concurrentie uit Zuidoost-Azië drukken op de instroom.
Daar ligt volgens D’Hulst een belangrijke opgave: India heeft veel binnenlands spaargeld en grote reserves, maar weet langlopend buitenlands kapitaal onvoldoende aan zich te binden. Toch blijft het land voor DPAM een relatief stabiele opkomende economie, waar behoedzaam beleid en sterke financiële buffers tegenwicht bieden aan de risico’s.