De technologiegraadmeter Nasdaq Composite beleefde op 5 november zijn slechtste dag sinds april 2025. Beleggers verwerken nog altijd de gevolgen van de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen. De verkoopgolf gisteren op de Amerikaanse beurzen werd volgens Denny Fish van Janus Henderson vooral veroorzaakt door de verkiezingsuitslag in verschillende staten, waar Democratische gouverneurskandidaten wonnen die kritisch zijn over de gevolgen van datacenters. Hun overwinning vergroot de onzekerheid over de bouw van nieuwe AI-infrastructuur.
Op nationaal niveau speelden de betaalbaarheid van het dagelijks leven en de oorlog met Iran een belangrijke rol in de tussentijdse verkiezingen. In de staten stelden veel winnende Democratische kandidaten ook de gevolgen van datacenters voor milieu en samenleving ter discussie. Volgens The Wall Street Journal krijgen Texas, Georgia, Michigan en Ohio gouverneurs die tijdens hun campagne kritiek uitten op datacenters. Dat is van belang omdat regels voor vergunningen en ruimtelijke ordening voor een groot deel op staats- en lokaal niveau worden vastgesteld.
Janus Henderson houdt al langer rekening met het risico dat regelgeving de aanleg van AI-infrastructuur bemoeilijkt. De afgelopen twee jaar is dat risico volgens Fish toegenomen, doordat omwonenden zich vaker tegen nieuwe projecten verzetten. De vermogensbeheerder volgt lokale ontwikkelingen en beoordeelt per bedrijf welke risicovergoeding passend is voor mogelijk strengere regels.
De verkiezingsuitslag van 3 november vergroot volgens Fish de beleidsonzekerheid voor de hele AI-keten. Hij verwacht dat de uitbreiding doorgaat, maar waar datacenters worden gebouwd en hoe snel, is minder zeker geworden.
In Washington blijft de regering-Trump verantwoordelijk voor het bestuur. Volgens Fish ziet zij het behoud van de Amerikaanse voorsprong op AI als een nationale prioriteit, zowel economisch als geopolitiek. Ook grote technologiebedrijven die de uitbreiding financieren, beschouwen de verdere ontwikkeling en toepassing van AI als essentieel voor hun activiteiten.
Fish verwacht daarom dat de geplande ingebruikname van gigawatts aan AI-capaciteit in 2027 grotendeels volgens plan verloopt. Op langere termijn kunnen projecten die op strengere regels stuiten, uitwijken naar locaties waar zij welkom zijn.
Ook in staten met weerstand tegen datacenters zijn volgens hem compromissen mogelijk. Daarmee kunnen zorgen over milieu, waterverbruik en stroomvoorziening worden aangepakt, terwijl de betrokken regio belastinginkomsten behoudt. Datacenterbedrijven zijn sinds het ontstaan van lokaal verzet al meer gaan investeren in overleg met gemeenschappen en lokale overheden.
Strengere regels zijn doorgaans in het voordeel van gevestigde technologiebedrijven, stelt Fish. Grote ondernemingen beschikken over meer geld en personeel om aan hogere eisen te voldoen. Bij datacenters kunnen de grote technologiebedrijven daardoor een voorsprong hebben op gespecialiseerde, nieuwere aanbieders van AI-clouddiensten. Zij beschikken immers al over omvangrijke inkomsten uit software, cloudservices en digitale advertenties.
De brede koersdaling van AI-gerelateerde aandelen, die vooral chipbedrijven hard trof, biedt volgens Fish kansen om bedrijven met meerdere activiteiten te selecteren. Zulke ondernemingen zijn mogelijk beter bestand tegen veranderingen dan bedrijven die afhankelijk zijn van één product of hun winst vooral zagen stijgen doordat zij bij een krap aanbod hogere prijzen konden vragen.
Ook kleinere en jongere bedrijven en ondernemingen die minder efficiënt met stroom omgaan, kunnen nadeel ondervinden. Mocht het verzet tegen datacenters leiden tot strengere regels, zich uitbreiden naar andere staten of later ook op federaal niveau postvatten, dan kan rekencapaciteit naar andere regio’s verschuiven. Landen die tot nu toe weinig betrokken zijn bij de AI-uitbreiding, zouden die investeringen volgens Fish om economische en geopolitieke redenen kunnen verwelkomen.
De uitbreiding van AI-infrastructuur zal zich over meerdere verkiezingscycli uitstrekken. Niet alleen het beleid, maar ook technologie en financiering zullen onderweg voor schommelingen zorgen. Toch ziet Fish geen weg terug: volgens hem wordt het potentieel van AI voor productiviteit en kennisontwikkeling steeds duidelijker.
Veranderende regels zullen mede bepalen welke bedrijven profiteren en welke achterblijven. Nog belangrijker vindt Fish de bereidheid van ondernemingen om te vernieuwen en hun bedrijfsmodel aan te passen aan AI. De verkiezingen laten volgens hem zien hoe snel de omstandigheden en de uiteindelijke winnaars kunnen veranderen.