BRICs en VS veel belangrijker voor Nederlandse export dan gedacht

Snelgroeiende economieën zoals China en de VS zijn veel belangrijkere markten voor de Nederlandse export dan gedacht. Ook de Britse afnemers leggen meer gewicht in de schaal, zo toont onderzoek van het ING Economisch Bureau. Het belang van de Duitse en Belgische consument voor de Nederlandse export is daarentegen veel minder groot dan gedacht. Een nieuwe ranglijst op basis van toegevoegde waarde en eindbestemming van Nederlandse exportproducten toont dat Duitsland nog wel op de eerste plek staat, maar met een veel kleiner belang. China blijkt voor Nederland al de vierde bestemming te zijn.

Omdat Nederland veel producten naar Duitsland exporteert die eerst hier zijn ingevoerd en vervolgens zonder veel toevoegingen naar Duitsland en België gaan, wordt het belang voor de Nederlandse economie van deze export overschat. Bovendien bestaat een groot deel van de Duitse en Belgische invoer uit Nederland uit halffabricaten die zij vervolgens gebruiken voor de export van eindproducten naar andere landen, zoals China en Rusland.

Nederlandseexport

Verschillen door toegevoegde waardes

Als de exportcijfers gebaseerd worden op toegevoegde waarde van de Nederlandse uitvoer en op eindbestemming van het Nederlands product, komt de ranglijst van belangrijkste exportlanden er duidelijk anders uit te zien. De Duitse markt neemt nog slechts 14% van de Nederlandse export voor zijn rekening. Daarmee staat Duitsland nog wel op de eerste plaats maar het belang halveert bijna ten opzichte van de 25% volgens de traditionele statistieken. Die baseren het belang van exportbestemmingen op de omvang van de omzet, ook al heeft die weinig toegevoegde waarde of ook al blijft het product niet in Duitsland. Het aandeel van België daalt van 11% naar 5%.

China belangrijker

De ranglijst laat tegelijkertijd zien dat de vraag vanuit China en andere opkomende economieën veel belangrijker is voor de Nederlandse uitvoer dan veelal gedacht, bijvoorbeeld vanwege de Nederlandse onderdelen die verwerkt zijn in de auto’s die Duitsland exporteert. China heeft de vierde plek op de ranglijst, tegenover een negende plaats op de traditionele ranglijst van belangrijkste exportlanden. Rusland komt op de top-10, en Brazilië en India schieten vele plaatsten omhoog. “De ondernemers die we hierop hebben gewezen zien dit echt als een eye-opener”, zegt hoofdeconoom Marieke Blom van het ING Economisch Bureau. “Het onderstreept het belang van de kansen die bijvoorbeeld China voor ondernemers biedt. We zien kansen voor Nederlandse producenten die zich steeds meer op directe export naar deze landen richten. We horen van ondernemers dat het ze bijvoorbeeld reuze meevalt om toegang tot de Chinese markt te krijgen.” De toegenomen loonkosten in het land zijn weliswaar nadelig voor productiekosten ter plekke, maar precies wat nodig is om het tot een aantrekkelijke afzetmarkt te maken.

“Het rapport geeft een beter beeld van de Nederlandse handel”, aldus Raoul Leering, hoofd handelsonderzoek bij het Economisch Bureau van ING. China en de Centraal- en Oost-Europese landen blijken de snelst groeiende eindbestemming te zijn voor Nederlandse exportgoederen. “De studie maakt ook duidelijk dat het huidige economisch herstel in de VS en Groot-Brittannië belangrijker is voor de Nederlandse economie dan veelal wordt aangenomen”, aldus Leering. “Ook de aansluiting op de opkomende markten blijkt Nederland wel degelijk gevonden te hebben.”

De studie van ING laat verder zien dat het belang van de export voor de Nederlandse economie groot is. Leering: “Het aandeel van de goederenexport in onze nationale productie is, zelfs als we corrigeren voor de gebruikte importen nog altijd 38%. We blijken in staat om onze economie te laten meeprofiteren van de kracht van economieën als de VS en China”.

Bron: ING Commercial Banking