Macroscoop - De sterren voorbij

Door Alexis Bienvenu, Fund Manager La Financière de l'Echiquier.

Als de economische peilingen records breken, de werkloosheid gestaag afneemt, de inflatie haar optimale langetermijnniveau van om en bij de 2% nadert, bedrijven de toch al hoge winstverwachtingen nog overtreffen, de centrale bank zich uiterst verruimend blijft opstellen en er nieuwe grootschalige investeringsplannen in de pijplijn zitten, wat kan een belegger zich dan nog meer wensen? Uiteraard moeten we naar de sterren reiken. Maar als die bereikt zijn, wat dan?

Die vraag stellen beleggers zich vandaag over de Amerikaanse economie.

Een voor de hand liggend antwoord is er niet, dus trappelt de markt ter plaatse. Afgelopen week ging het nu eens omlaag en dan weer omhoog, maar per saldo bleef alles min of meer status quo.

Het grootste vraagteken is niet zozeer of de bedrijven winst zullen blijven maken, want dat lijkt de komende kwartalen geen punt van zorg, maar wel hoe de rente zal reageren op de inflatie. Als die tijdelijk blijkt, zoals de Federal Reserve beweert, ondervindt de markt er wellicht geen hinder van. Houdt ze echter aan, dan leidt ze waarschijnlijk tot een verkrapping van het monetair beleid, en dat zou op de aandelenmarkten wegen.

Daarom spraken de centrale bankiers sussende woorden. Bijna unaniem verzekerden zij beleggers dat de Fed nog een hele tijd een verruimend beleid blijft voeren, de hoge inflatie in de Verenigde Staten een kunstmatig gevolg is van basiseffecten en tijdelijke schaarste aan aanbodzijde, en de werkloosheid nog lang niet terug op haar oude niveau zit.

Wie nog niet helemaal overtuigd is, kan eens kijken naar hoe het andere landen in een soortgelijke situatie is vergaan. In casu vallen er wel wat aanwijzingen te rapen in een ander land met sterren, een land waarvan de vlag geen vijftig sterren telt, maar vijf: China. Dat bleek de afgelopen jaren wel vaker voor te lopen op de rest van de wereld en periodes van inflatie, recessie, herstel en uiteindelijk normalisering eerder door te maken. In dat opzicht toont het ons dus de weg – of in elk geval de weg die het zelf gevolgd heeft.

Neem nu de inflatie. Die schoot er begin 2020 de hoogte in, tot meer dan 5%, onder invloed van wat inderdaad een tijdelijke factor bleek, de prijs van varkensvlees – niet van chips, zoals nu (computerchips, welteverstaan). Sindsdien is de inflatie teruggevallen tot minder dan 1%. Case closed.

Kijken we naar de economie, dan zien we dat China ook vóór alle andere landen in recessie ging, begin 2020 al, en vanaf april 2020 een duurzaam herstel aanvatte. Sindsdien kent de economie een stabiele, hoge groei, zonder te oververhitten. Het monetair beleid ging er in 2020 van licht verruimend naar neutraal, en zelfs enigszins verkrappend, zonder grote rampen te veroorzaken. De Chinese tienjaarsrente bereikte de voorbije week zelfs een dieptepunt van 3% – obligatiebeleggers maken zich dus blijkbaar geen zorgen. Dat staat in schril contrast met de Amerikaanse obligatiemarkt. Daar is recent de rust wel wat weergekeerd, maar verliep het begin van het jaar bijzonder woelig.

Misschien leert China ons dus inderdaad wat de Verenigde Staten te wachten staat, in elk geval qua economie en inflatie. Uiteraard zijn er ook verschillen, waardoor de vergelijking niet zomaar opgaat. Om te beginnen hield de inflatie in China verband met één component in het bijzonder – voeding – en niet met meerdere factoren zoals in de Verenigde Staten het geval kan worden. Momenteel is ook in de VS de inflatie vooral te verklaren door één element: de autoprijzen. Als daar echter ook de lonen bijkomen, zoals een aantal indexen lijken uit te wijzen, zou dat de prijsontwikkeling ingrijpend veranderen. Voorts heeft China tijdens de voorbije crisis zijn economie veel minder gestimuleerd dan de Verenigde Staten. Het monetair beleid was er bovendien veel minder verruimend. En China kent natuurlijk ook een heel andere economische en demografische structuur dan de VS.

Dat neemt echter niet weg dat China een geslaagd traject voor een terugkeer naar een normale gang van zaken heeft weten uit te stippelen, dat met wat aanpassingen als voorbeeld kan dienen.

Welke weg zal het continent met 12 sterren (voor 27 landen!) inslaan? Vreemd genoeg is in de regio met de minste groei en inflatie de rente de jongste weken sterk gestegen: de Duitse tienjaarsrente, die begin dit jaar nog -0,57% bedroeg, naderde afgelopen week -0,10%. Is dat een teken dat nu ook de Europese Unie eindelijk naar de sterren begint te reiken? Over wat er voorbij de sterren wacht, hoeft de EU zich alvast geen zorgen te maken: eerst er geraken. Wij wensen haar een behouden vlucht!