VS autofabrikanten in mineur

Dat de grote Amerikaanse autofabrikanten in diepe problemen zitten zal u ongetwijfeld bekend zijn. Recent reisden de bestuursvoorzitters van 'de grote drie' uit Detroit ( General Motors , Ford en Chrysler) af naar het Amerikaanse Congres om bij hen om $ 25 miljard aan noodhulp te smeken. Dat zij met geldverslindende private vliegtuigen afreisden naar het congres is illustratief van hoe ver deze personen van de realiteit afstaan.

Hoe het zover kon komen? Door een combinatie van slecht management, starre vakbonden, het ontbreken van competitieve voordelen en wereldwijde concurrentie. De torenhoge schulden zijn een gevolg van bovenstaande en de hoge brandstofprijzen, de huidige recessie en de kredietcrisis hebben het drama enkel in tijd naar voren verplaatst.

Het management van deze drie bedrijven heeft simpelweg de trend naar energiezuiniger en meer technologiegedreven auto's jarenlang genegeerd. Een trend die voor iedereen die zich een beetje in de sector verdiepte overduidelijk was. Zij bleven echter onverstoorbaar doorgaan met het produceren van hun 'benzineslurpers' en vragen nu de Amerikaanse belastingbetaler daarvoor op te draaien. Waar eerder al duidelijk was dat de Amerikaanse consument helemaal niet meer op deze auto's zit te wachten, geldt momenteel dat ze ook het geld er simpelweg niet meer voor hebben...

Bij General Motors 'verdampt' de omzet in recordtempo: in november werden 41% (!) minder auto's verkocht dan een jaar eerder. Afgelopen kwartaal wist dit bedrijf een verlies te draaien van maar liefst $ 6,9 miljard. En wanneer u weet dat het bedrijf nu nog slechts $ 16 miljard in kas heeft, weet u ook dat de tijd nu echt begint te tikken.

Ook de vakbonden zijn debet aan de ruime salarissen, 'luxe' gezondheidszorg en de - naar Amerikaanse standaarden - erg ruime pensioenvoorzieningen. Zo betaalt General Motors haar werknemers een gemiddeld uurloon van $ 78, circa 50% meer dan wat Toyota aan haar Amerikaanse werknemers uitbetaalt.

Gebruikelijk is dat bedrijfspensioenen door werknemers en bedrijf als het ware samen worden opgebouwd. Bij General Motors wordt dit alles volledig door het bedrijf betaald en geldt ook nog eens dat er van een zogeheten omslagstelsel sprake is: de huidige werknemers betalen als het ware de pensioenen van alle huidige gepensioneerden. Een situatie die - met een trend als vergrijzing in het achterhoofd en ook gezien het feit dat bij grote concerns nu vaak veel minder mensen werken dan zeg in de jaren tachtig - op termijn haast wel fout moet lopen.

Enkel de pensioenverplichtingen en kosten voor gezondheidszorg zorgen nu al voor een extra 'kostenpost' per verkochte auto van General Motors van $ 3500. Een bedrag dat voor een verouderd industrieel bedrijf dat haar producten noch personeel op de 21ste eeuw heeft afgestemd - en ook nog eens actief is in een wereldwijd sterk concurrerende industrie - gewoon niet op te hoesten is.

Vliegmaatschappijen, ook actief in een zeer competitieve sector, hebben vaak de truc uitgehaald van uitstel van betaling aanvragen, om daarmee op relatief eenvoudige wijze van hun schulden af te komen en vervolgens weer een doorstart te maken. Wij vragen ons af of zo'n aanpak ook voor autoproducenten kan werken. De consument lijkt ons in dat geval eerder geneigd een nieuwe auto van een ander merk te kopen dan één van een 'failliete tent'. Een dergelijke oplossing lijkt dus nauwelijks soelaas te bieden.

Wij verwachten echter dat de Amerikaanse autofabrikanten hun miljarden uiteindelijk wel krijgen, en zelf ook wat concessies zullen doen.

[LAST MINUTE UPDATE: de autofabrikanten lijken een noodsteun van $ 15 tot 17 miljard te krijgen om de tijd tot de vervanging van Bush door Omaha te overbruggen.]

Maar fundamenteel lijkt het plaatje daardoor niet veel te veranderen. U zult dan ook zien dat ze een tijd later opnieuw komen bedelen. Met het ontbreken van competitieve voordelen, concurrentie op globale schaal en de relatief hoge Amerikaanse lonen is het structureel winstgevend zijn van de Amerikaanse autobedrijven bijna een utopie.

Afgezien van een plotselinge klap voor de economie (dit zou ons inziens zeker aanleiding kunnen zijn voor overheidsinterventie) zien wij verder weinig redenen waarom een dergelijke competitief zwakke industrie zo nodig behouden moet blijven. Eerder nam Buffett afstand van de katoenactiviteiten van Berkshire Hathaway . En in Nederland zijn de textielfabrieken eveneens al lange tijd dicht en hebben we ook onze mijnen gesloten. Vrijwel niemand die daar nu nog om treurt.

Globale concurrentie, innovatie en technologische vooruitgang maakt dat bepaalde sectoren zoals we die nu kennen zullen verdwijnen. Dat is niets nieuws. De vrije markt, waar juist de Amerikanen zolang van hebben geprofiteerd, leidt uiteindelijk tot een verhoging van de totale welvaart. Maar hierbij geldt wel dat de stijging van de totale welvaart niet hoeft te betekenen dat ieder afzonderlijk individu, sector of land ook meer welvarend wordt. En dat laatste willen de Amerikanen - en meer specifiek de duurbetaalde topmanagers van de Amerikaanse autofabrikanten - eigenlijk liever niet onder ogen zien.

Hendrik Oude Nijhuis MSc.
Oude Nijhuis heeft zich jarenlang verdiept in de strategieën van ’s werelds beste beleggers en is tevens oprichter van Warrenbuffet.nl (www.warrenbuffet.nl). Via deze website kunt u een gratis module aanvragen over de beleggingsstrategie van Warren Buffett .