Het CPB (Centraal Planbureau) heeft maandag bevestigd dat Nederland volgend jaar in een recessie terecht zal komen. Het bureau stelt dat de kredietcrisis zorgt voor een terugval van de economische bedrijvigheid in Nederland die sinds het begin van de jaren tachtig niet is voorgekomen. Het CPB verwacht dat de economie volgend jaar met 0,75% zal krimpen. Dit is echter een optimistisch scenario, aldus het CPB.
Volgens het CPB ondervindt vooral het exporterende bedrijfsleven de gevolgen van de internationale economische malaise. Opdrogende financieringsbronnen en de terugval van de productie ontmoedigen bovendien de investeringen, aldus het CPB. In de huidige raming ligt besloten dat de wereldhandel en de kredietverlening in de loop van volgend jaar enigszins herstellen. Hierdoor zal de Nederlandse economie aantrekken, zodat deze 1% bedraagt in de prognose voor 2010. Er zijn echter grote onzekerheden rondom de timing van dit herstel.
De werkloosheid zal door de terugval van de economie in de komende twee jaar sterk oplopen tot 6,5% in 2010. Lagere grondstof- en energieprijzen drukken de inflatie, wat de ontwikkeling van de koopkracht ten goede komt.
De ongunstige economische situatie komt ook in de overheidsfinanciën tot uiting. Het begrotingsoverschot van dit jaar slaat om in een tekort van 2,4%
BBP in 2010. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door lagere ontvangsten uit belasting- en premieheffing en aardgas en door hogere uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen.
Onzekerheden ongekend groot
De ramingen van de Nederlandse economie zijn met grote onzekerheden omgeven. Van belang is vooral hoe lang en in welke mate de financiële markten nog in de greep blijven van de economische crisis. De neerwaartse risico\\\'s zijn aanzienlijk. Vooral de doorwerking van de financiële crisis op de reële sector kan ernstiger zijn dan nu in de ramingen wordt verondersteld. Onderzoek naar eerdere financiële crises in Spanje, Zweden, Noorwegen, Finland en Japan laat zien dat dergelijke financiële crises meestel langer duren dan een gewone conjuncturele inzinking. De huidige crisis is bovendien wereldwijd. Er is een variant berekend waarin wordt uitgegaan van een lagere wereldhandelsgroei om rekening te houden met deze negatieve risico's.
Stijging werkloosheid
De afgelopen drie jaar was er een daling waarneembaar van de werkloosheid. Dit zal nu ten einde zijn volgens het CPB. De arbeidsmarkt reageert vertraagd op de terugval van de productie. Hoewel naar verwachting ook volgend jaar de werkloosheid al toeneemt, zal de werkloosheid echter vooral in 2010 stijgen. Volgend jaar is naar verwachting 4,5% van de beroepsbevolking werkloos, terwijl in 2010 dit percentage 6,5% is. Het gemiddelde aantal werkloze personen in dat jaar is bijna 200.000 hoger dan in 2008. Daarmee is de daling van de afgelopen drie jaar ongedaan gemaakt.
Inflatie en loonstijging gematigd
Door de wereldwijd afnemende economische bedrijvigheid zijn met name de olieprijzen de afgelopen maanden flink gedaald. In de raming wordt gerekend met een olieprijs van 50 dollar per vat Brent in de komende twee jaar, vrijwel een halvering ten opzichte van de 98 dollar die dit jaar gemiddeld voor een vat Brent moest worden neergeteld. Dit vermindert de inflatie. De geraamde stijging van de consumentenprijsindex is 1,5% in 2009 en 1% in 2010, tegenover 2,5% in 2008. De lagere inflatie heeft een drukkend effect op de loonontwikkeling, net als de verslechterde situatie op de arbeidsmarkt. De loonstijging in de cao\\\'s wordt geraamd op 3% in 2009 en 1,5% in 2010.
Verandering toezicht
Het CPB verwacht dat de kredietcrisis zal leiden tot aanpassingen in het toezicht. In de afgelopen jaren is wereldwijd te veel krediet verstrekt als gevolg van financiële innovaties, te optimistische verwachtingen en gaten in de regulering. Vorig jaar ging het mis bij de hypotheken die zijn verstrekt aan weinig kredietwaardige Amerikaanse huizenbezitters, met forse verliezen voor banken tot gevolg. Daarna leden banken ook flinke verliezen op andere activa, waardoor hun kredietcapaciteit sterk verminderde. Bovendien ontstond wantrouwen tussen banken onderling en onrust bij hun klanten. Overheden grepen terecht in om te voorkomen dat banken massaal zouden omvallen. Zo'n golf aan bankfaillissementen zou, net als in de jaren dertig, tot een diepe recessie en massawerkloosheid leiden. De Nederlandse staat verschafte tot nu toe voor 30 miljard euro aan kapitaal aan banken, zegde 200 miljard euro aan kredietgaranties toe en breidde de depositiegarantieregeling sterk uit.
De crisis zal leiden tot grote veranderingen in de financiële sector en het toezicht daarop. Bij nieuwe regelgeving dient gewaakt te worden tegen doorschieten, want goed functionerende financiële markten stimuleren investeringen en innovatie. Het recente overheidsingrijpen bij de Nederlandse banken was noodzakelijk, maar het is gewenst dat de staat zijn belangen zo snel als mogelijk is afbouwt om nadelige economische effecten te vermijden.