Wie wil beleggen, heeft keuze genoeg. In de database van Morningstar tel ik niet minder dan 290 000 beleggingsmogelijkheden (waaronder ook aandelen, etf’s en hedge fondsen). Beleggingsfondsen leveren een stevige bijdrage aan dit grote getal. In Europa zijn er een kleine 60 000 fondsklassen. Dat is een idioot groot aantal en veel te veel. Misschien dat wel 50 000 daarvan weg zouden kunnen zonder dat het de belangen van beleggers zou schaden.
Het aantal introducties in 2008 viel met ongeveer 6000 nieuwe fondsklassen historisch gezien mee. Tegenover de 6000 lanceringen stonden ook nog eens 4500 fondsen die van de markt verdwenen, en dat ruimt op. Zorgwekkend is nog wel dat in een flutjaar als 2008 er per saldo nog steeds 1500 nieuwe fondsen bij kwamen. Laten we hopen dat het aantal fondsen in 2009 wel afneemt.
Het probleem met nieuwe fondsen is dat ze vaak te specialistisch zijn. Breed gespreide fondsen zijn er al genoeg, maar het blijkt makkelijk om bij een trend of thema aan te haken (of er een te verzinnen) of aan te sluiten bij een “gevoel dat er leeft”. Specialistische fondsen zijn duur en na verloop van korte tijd meestal hopeloos achterhaald. Ze worden na teleurstellende prestaties gevoegd bij een ander fonds in de hoop dat de particuliere belegger ze snel vergeet.
Een oorzaak voor de vroege euthanasie die op veel zwakke fondsen wordt toegepast is dat de conceptie op de marketingafdeling heeft plaatsgevonden. Het bestaansrecht van het fonds is niet stevig verankerd in de capaciteiten, visie en kunde van de beleggingsafdeling. De marketeers willen geen “nee” verkopen en niet onder doen voor andere vermogensbeheerders met hun productaanbod en flansen maar weer wat in elkaar op zoek naar nieuwe middelen van beleggers.
Sectorfondsen zijn voor veel beleggers een problematisch segment. Om een beetje spreiding aan te brengen heeft een particuliere belegger misschien wel acht fondsen nodig als hij alleen via de – vaak dure – sectorfondsen wil beleggen. Ook de verdeling over de fondsen kan problematisch zijn; wie vertelt hem hoeveel in elke sector moet worden belegd en wanneer aanpassing nodig is? Wie de sectorfondsen combineert met meer gespreide fondsen, heeft vaak ongewild veel overlap. Ondanks de actieve marketing van sectorfondsen, hebben veel van deze fondsen een klein fondsvermogen. Beleggers laten ze blijkbaar vaak links liggen.
Wel geven sectorfondsen een mooi inzicht in de bredere economische trends. In 2008 waren fondsen die beleggen in financials de nachtmerrie voor iedere belegger met rendementen van gemiddeld -53,1%. Biotechnologiefondsen daarentegen daalden met “slechts” 17,2%.
Afgezien van de kampioenen onder de sectorfondsen –die zijn er gelukkig ook nog-, zal dit type fondsen het als geheel moeilijk krijgen. Beleggers en adviseurs die per se een accent op een sector willen leggen zullen dat meer en meer door ETF ’s doen. Het gaat hen om het hebben van een positie in een sector en veel minder om de vraag of een beheerder binnen de sector de beste aandelen kan kiezen – wat in de praktijk nogal moeilijk blijkt. Ze zullen meer en meer de duurdere sectorfondsen links laten liggen.
Freddy van Mulligen is hoofd research van Morningstar Nederland. Hij waardeert uw commentaar, maar kan geen specifieke adviezen over fondsen of portefeuilles geven. Auteurs kunt u bereiken via de Analisten feedback.