Veel beleggers (zowel particulieren als institutionele) hadden een mooie gespreide portefeuille. En toch liep alles in de soep. Hoe is het mogelijk? Ben Inker van de Amerikaanse vermogensbeheerder GMO schreef een doordacht paper met als titel “When Diversification Failed”.
Met diversificatie redt je het niet. De laatste jaren zijn er een hoop nieuwe beleggingscategorieën bijgekomen als private equity, emerging markets, innovatieve obligatieleningen, grondstoffen, hedge funds en andere alternatieve beleggingen. Volgens de uitvinders – meestal progressieve bankiers - van deze prachtige beleggingsmogelijkheden hadden ze naast goede vooruitzichten vooral ook gemeen dat ze een lage correlatie met traditionele beleggingen hebben en daarom spreiding aanbrengen in de portefeuille. Niets bleek minder waar.
Maar ook conservatieve waardebeleggingen konden hunnen vermeende spreidingskwaliteiten niet waarmaken. Dat deden ze wel tijdens het uiteenspatten van de internetbubble, maar nu niet. Defensieve aandelen met hoge dividenden hebben ons net zo goed negatief verrast over 2008. In de periode juni 2000 tot juni 2007 werkte spreiding overigens wel goed. Wie in een gelijkgewogen aandelenindex (nog meer spreiding!) belegde, deed het volgens Inker stukken beter dan wie conform de
MSCI Wereldindex zijn vermogen verdeelde.
Maar daarna ging het mis. Diversificatiemodellen werkten niet langer. Ze zijn immers gebaseerd op de theorie dat de meest risicovolle beleggingen op termijn het hoogste rendement zullen opleveren en houden geen rekening met het gegeven dat waarderingen zijn opgelopen of dat in de praktijk liquiditeitsrisico zich voordoet ten tijde van crises.
Het probleem volgens Inker is dat alle risicovolle beleggingscategorieën overgewaardeerd waren en dat alleen risicoloze beleggingen als staatsobligaties zich aan de daling konden onttrekken. Inker beweert (en ik geloof hem ook wel – je moest toen maar durven trouwens) dat hij in juni 2007 adviseerde om aandelenmarkten en bedrijfsobligaties te vermijden dan wel te onderwegen.
Anno oktober 2008 heeft Inker voor ons becijferd dat de rendements versus risico verhoudingen het gunstigst zijn voor aandelen (vooral buiten de VS), zowel large caps als small caps. Ook vastgoed en inflatieobligaties zijn aantrekkelijk terwijl emerging markets neutraal gewaardeerd zijn (bovengemiddeld risico en dito rendementsverwachting). Gigantisch overgewaardeerd – en daarmee volgens Inker zeer risicovol – zijn staatsobligaties. Er is een bubble in staatsobligaties aan de gang, en dat maakt ze – tegen hun vermeende veilige karakter in – momenteel juist risicovol.
Het is nu volgens Inker de tijd om weer het risico op te zoeken? Durft u dat? Ach ja kun je zeggen. Dat is maar een mening. Voor die Inker tien anderen die wat anders beweren. Maar misschien moet u en uw pensioenfonds toch wat lessen aannemen van Inker. Diversificatie werkt niet altijd en de financiële theorie die stelt dat bij hoog risico hoog rendement hoort, ook niet altijd. De risicobeheersingssystemen die gebaseerd zijn op deze theorie falen dus als er een ommekeer in de markt is. Nu is het tijd om nieuwe risicobeheersingssystemen te ontwerpen. Het is te wensen en ook waarschijnlijk dat na de enorme koersval op aandelenbeurzen het nog jaren zal duren voordat deze nieuwe systemen hun waarde kunnen bewijzen.
Het rapport van Ben Inker kunt u
hier lezen, registratie bij GMO is verplicht.
Freddy van Mulligen is hoofd research van Morningstar Nederland. Hij waardeert uw commentaar, maar kan geen specifieke adviezen over fondsen of portefeuilles geven. Auteurs kunt u bereiken via de Analisten feedback.