Dat de voorbije jaren voor aandeelhouders slecht waren hoef ik u niet te vertellen. En eigenlijk is de term slecht nog een understatement: zelfs degenen die aandelen kochten aan de vooravond van de Grote Depressie rond de jaren 30 behaalden een beter rendement dan zij die rond de eeuwwisseling vol in aandelen stapten.
Uit een recente studie van het Noorse fondsenhuis Skagen blijkt dat beleggers die in 1930 aandelen kochten tien jaar later met een jaarlijks verlies van 0,1% min of meer quitte gespeeld hadden. Hierbij is opgemerkt dat het rendement in deze periode voor een groot deel voortvloeide uit ontvangen dividend, waarbij het dividendrendement op het toenmalige dieptepunt voor de
Dow Jones de 10% oversteeg.
Onderstaand vindt u de gemiddelde jaarlijkse rendementen (inclusief dividend, voor inflatie) van Amerikaanse large cap-aandelen tussen 1926 en 2008:
1926-1929 19,2%
1930-1939 -0,1%
1940-1949 9,2%
1950-1959 19,4%
1960-1969 7,8%
1970-1979 5,9%
1980-1989 17,5%
1990-1999 18,2%
2000-2008 -4%
Zoals uit bovenstaande cijfers op te maken valt is het gemiddelde jaarlijks vermogensverlies sinds de eeuwwisseling van gemiddeld zo'n 4% per jaar in historisch perspectief ongezien. Dit betekent overigens niet automatisch dat ook het komende decennium voor beleggers slecht zal uitpakken. In tegendeel zelfs...
3 rendementsfactoren
Het rendement dat aandeelhouders behalen valt op drie factoren terug te herleiden: 1) winstontwikkeling, 2) verandering in waardering en 3) dividend. Beleggers dienen oog te hebben voor alle drie factoren - maar essentieel is dat VOOR het aanschaffen van aandelen sprake is van een zorgvuldige beoordeling van de verwachte winstontwikkeling en veranderingen op waarderingsgebied.
Zo hebben hogere winstniveaus en ontvangen dividenden sinds 2000 de enorme daling in aandelenwaarderingen maar amper kunnen compenseren. Vandaar de negatieve rendementen voor beleggers.
Een voorbeeld
Procter & Gamble (PG) is één van 's werelds meest succesvolle bedrijven in de schoonmaak-, verzorgings- en voedingsmiddelenindustrie. Bekend van onder andere haar Gillette-scheerproducten en Pringles-chips. Hoewel het bedrijf sterk gericht is op de creatie van aandeelhouderswaarde en zij haar winst per aandeel sinds 2000 flink wist op te voeren verdienden de aandeelhouders in die periode een bescheiden 4% per jaar. De oorzaak? Een te hoge initiële waardering...
Dit blijkt uit onderstaand overzicht van de gemiddelde koers/winstverhouding (KW) van
Procter & Gamble sinds 2000:
2000 [ 35 ]
2001 [ 32 ]
2002 [ 26 ]
2003 [ 24 ]
2004 [ 23 ]
2005 [ 22 ]
2006 [ 22 ]
2007 [ 21 ]
2008 [ 19 ]
NU [ 14 ]
Waar de waarderingen aan het begin van dit decennium (veel) te ver waren opgelopen, lijken de aandelenwaarderingen momenteel juist naar beneden doorgeschoten te zijn. Een omwenteling van het ene naar het andere extreme aldus en vandaar ook de matige rendementen sinds 2000.
De in historisch perspectief aantrekkelijke waarderingen voor kwaliteitsbedrijven als
Procter & Gamble (er zijn op dit moment vele soortgelijke voorbeelden te vinden) maakt dat wij redelijk optimistisch zijn ten aanzien van de kansen voor beleggers voor de komende jaren.
Niet alleen lijkt het ons reëel dat bedrijven met sterke competitieve posities hun winsten verder zullen weten op te voeren, als het een beetje meezit profiteert u tevens van een hogere waardering. En juist dankzij dit gecombineerde effect zou zelfs bij een bescheiden stijging van de winst een heel behoorlijk totaalrendement mogelijk kunnen zijn...
Hendrik Oude Nijhuis