Hoe vaak bent u vorig jaar gebeld door uw bank of vermogensbeheerder? Deze vraag stel ik aan beleggers die bij ons langskomen om te bespreken of onze dienstverlening wellicht aansluit bij hun wensen. Het is een confronterende vraag met vaak een even confronterend antwoord. Het antwoord is veelal hetzelfde: Nooit.
Uiteraard is 2008 een hectisch jaar geweest. Beleggende cliënten bij banken en vermogensbeheerders hebben forse verliezen voor hun kiezen gekregen. Alle financiële partijen hebben met forse koersdalingen te maken gehad. Juist in deze hectische tijd kan je, nee moet je als vermogensbeheerder je toegevoegde waarde laten zien. Informeer je cliënt en speel als beleggingsadviseur of vermogensbeheerder vooral geen verstoppertje. Cliënten nemen een vermogensbeheerder in de arm op basis van vertrouwen. Hier dien je als vermogensbeheerder uitermate zorgvuldig mee om te gaan.
Cliënten betalen veelal een vaste beheervergoeding bij een vermogensbeheerder. Daarnaast vaak nog een prestatievergoeding. Dit vindt niemand erg zolang er jaarlijks een mooi rendement wordt gerealiseerd. Wanneer dit een jaar niet het geval is, zal de betreffende vermogensbeheerder zijn toegevoegde waarde op een andere manier moeten tonen. Neem als vermogensbeheerder dan zelf het initiatief en informeer je cliënt. Dit is toch het minste wat een cliënt voor zijn betaalde beheervergoeding mag verwachten.
Uiteindelijk wil een belegger én een mooi rendement over zijn belegd vermogen behalen én een pro actieve benadering van zijn beheerder. In mijn opinie is een beheervergoeding die is gekoppeld aan de prestaties van de vermogensbeheerder rechtvaardig. Een no cure, no pay systematiek wordt door onze cliënten als eerlijk ervaren. Eerst moet je als vermogensbeheerder presteren dan pas mag je een beheervergoeding gaan verdienen. Het daarnaast hanteren van een prestatievergoeding is naar mijn mening niet meer van deze tijd! Het zijn andere tijden in vermogensbeheerland.