Sommige beleggers beleggen liever niet in Amerikaanse aandelen. Zij zijn liever niet afhankelijk van de fluctuaties van de Amerikaanse doller. Dat is goed te begrijpen. Dat deze beleggers dan soms een paar zinnen later schrijven zelf liever in bedrijven als
Ahold en
Royal Dutch Shell te beleggen is eigenlijk wat minder goed te begrijpen.
Het gaat om de omzet...
Een bedrijf als
Ahold haalt ongeveer 60% van haar omzet uit Amerika. Eigenlijk kan daarom misschien wel gesproken worden over een \'Amerikaans bedrijf\' waarvan u toevallig in euro\'s aandelen kunt kopen. Overigens geldt dat ook vele andere grote Europese bedrijven een belangrijk deel van hun omzet buiten Europa zelf behalen.
En omgekeerd kan hetzelfde gelden: een typisch \'Amerikaans bedrijf\' als
Nike bijvoorbeeld haalt zo\'n 60% van haar omzet buiten Amerika zelf. Dat geldt voor heel wat meer grote Amerikaanse bedrijven. En juist het gedeelte van de omzet dat buiten de Verenigde Staten behaald wordt, bijvoorbeeld omzet gerealiseerd in opkomende markten als Brazilië, Rusland, India of China, groeit vaak extra snel. Deze van oorsprong Amerikaanse bedrijven worden daarmee steeds minder afhankelijk van de omzet die zij in Amerika zelf realiseren.
Veel keuze
Amerika kent een zeer groot aantal beursgenoteerde bedrijven. En vaak meer dan in Nederland en Europa geldt dat deze bedrijven met name gericht zijn op de creatie van aandeelhouderswaarde.
Enerzijds geldt dus dat de aantallen om uit te kiezen simpelweg groter zijn, anderzijds dat de bedrijven doorgaans aandeelhoudersvriendelijker zijn. Daarnaast geldt dat over Amerikaanse bedrijven doorgaans betere data beschikbaar is.
Bovengenoemde zaken – de grotere aantallen, bedrijven die over het algemeen meer gericht zijn op de creatie van aandeelhouderswaarde en de betere beschikbaarheid van data – zorgt ervoor dat wij juist ook in Amerika nogal eens aandelen tegenkomen waarvan we een extra hoog verwacht rendement voorzien. Dit extra hoge verwachte rendement kan voor een Europese belegger als het ware beschouwd worden als een vorm van compensatie voor het extra valutarisico dat gelopen wordt.
Amerika zo slecht nog niet
Hoewel in West-Europa soms wat minachtend over Amerika gesproken wordt is dat niet altijd terecht. Zo staan bijvoorbeeld acht van \'s werelds tien beste universiteiten in Amerika. En staat Amerika met kop en schouders bovenaan wanneer het gaat om het land dat de meeste Nobelprijzen weet te winnen.
Vergeleken met de Eurolanden geldt dat de verhouding tussen staatsschuld en grootte van de economie (bbp) ongeveer gelijk is. De Amerikaanse economie is echter dynamischer, innovatiever en groeit inmiddels weer. Amerika heeft een jongere bevolking die de komende drie decennia zal groeien van de 300 miljoen nu tot meer dan 400 miljoen rond 2043. Europa staat aan de vooravond van haar pensioen en zal in bevolkingsaantal juist gaan krimpen.
En, om nog een ander belangrijk punt te noemen: de gemiddelde Europeaan heeft aanmerkelijk minder geld voor zijn pensioen gereserveerd vergeleken met de gemiddelde Amerikaan. Nederland vormt hierbij in Europa een positieve uitzondering. Wie geen pensioen opbouwt merkt daar gedurende zijn werkzame leven vrijwel niets van. Echter eens zal het besef gaan komen.
Samengevat
Op wat langere termijn bezien zijn we zelf niet zo negatief gestemd over de Amerikaanse economie. Desalniettemin vormen valutafluctuaties een extra beleggingsrisico. Daarbij zij tevens opgemerkt dat veel grote Amerikaanse bedrijven een steeds groter gedeelte van hun omzet buiten Amerika behalen.
Door het grote aantal beursgenoteerde bedrijven in Amerika, hun vaak sterke focus op de creatie van aandeelhouderswaarde en de betere beschikbaarheid van data, komen wij juist ook in Amerika regelmatig aandelen tegen waarvan wij een extra hoog koersrendement voorzien. Dit verwachte extra rendement kan beschouwd worden als een vorm van compensatie voor de tussentijdse fluctuaties in de valutaverhoudingen.
Met vriendelijke groet,
Hendrik Oude Nijhuis
http://www.warrenbuffett.nl