Inflatie: hoe u zich ertegen beschermt

Zoals u waarschijnlijk wel bekend hebben het afgelopen jaar overheden wereldwijd enorme hoeveelheden geld in de economie geïnjecteerd om een depressie af te kunnen wenden. Met succes. Vele Westerse landen kampen nu echter wel met forse begrotingstekorten en oplopende schuldquota. De kans op inflatie op termijn lijkt dan ook alleszins reëel.

Hoewel overheden het vermoedelijk niet snel zullen toegeven vormt een gematigde inflatie waarschijnlijk het voor hen minst ongunstige antwoord op de ontstane schuldenproblematiek. Liever wat inflatie dan zeer forse bezuinigingen of substantiële belastingverhogingen. Met inflatie en gelijkblijvende schulden neemt het schuldniveau in relatieve omvang immers af.

In dit bericht kijken we naar een eerdere periode van forse inflatie en de lessen die hieruit voor beleggers te trekken zijn.

1973 – 1981
Tussen 1973 en 1981 was in de Verenigde Staten sprake van een gemiddelde jaarlijkse inflatie van 9%. En hoewel wat minder extreem kende ook Nederland in deze periode een sterk oplopende inflatie. Aandelen leverden in deze periode circa 3% per jaar op. Met 9% inflatie leidde dit ertoe dat beleggers tussen 1973 en 1981 bijna 40% aan koopkracht inleverden.

Begin jaren '70 veronderstelden beleggers nog dat de gevolgen van inflatie wel zouden meevallen. Net als nu. Vanwege de inflatie zouden de bedrijfswinsten juist sneller kunnen oplopen, zo was de algemene gedachte. Dit zou leiden tot extra snel stijgende beurskoersen met alsnog mooie reële rendementen. Dat bleek een misrekening.

Ondanks de hoge inflatie bleek de omzet bij veel bedrijven in deze periode maar amper toe te nemen. De verklaring: hogere verkoopprijzen maar minder verkochte eenheden. Dit terwijl veel bedrijfskosten als gevolg van de inflatie zelf juist wel stegen. Hierdoor bleef er voor de eigenaren van de bedrijven, de aandeelhouders, minder winst over. Stagnerende beurskoersen in combinatie met de forse inflatie leidden tot het genoemde inboeten aan koopkracht.

Wat werkte wel?
Grondstoffen leverden in deze periode van hoge inflatie juist een prima rendement, en konden ook in reële termen een positief rendement optekenen. Olie en goud wisten in deze periode gemiddeld per jaar meer dan 20% in waarde te stijgen en vormden daarmee een goede bescherming tegen de inflatie.

Ook onroerend goed bleek in deze periode van hoge inflatie een aardige bescherming en steeg net wat meer dan de inflatie. Degenen met een forse hypotheek op hun huis waren spekkoper: als gevolg van de inflatie stegen de inkomsten van de gemiddelde huizenbezitter en werd hun huis meer waard terwijl de hypotheekschuld een vast bedrag betrof en in relatieve termen dan ook snel slonk.

Ook bedrijven met een sterke competitieve positie weten periodes van inflatie doorgaans prima te doorstaan. Dit geldt in het bijzonder voor bedrijven die aan de volgende drie criteria voldoen:

1) Ze beschikken over een sterke competitieve positie, bijv. dankzij sterke merknamen of omvangrijke klantenbestanden, waardoor ze de nodige 'pricing power' hebben

2) Ze hebben relatief veel vreemd vermogen

3) Ze behoeven zelf amper kapitaalinvesteringen

Een concreet bedrijf dat aan bovenstaande criteria voldoet is bijvoorbeeld de dieetclub Weight Watchers (WTW).

Voorstellen i.p.v. voorspellen
Weet u met hoge mate van zekerheid dat spoedig een periode van hoge inflatie zal aanbreken dan vormen de traditionele inflatiebeschermers als grondstoffen waarschijnlijk een goed alternatief. Maar bent u zich bewust van de risico's...

Goud bijvoorbeeld steeg afgelopen jaar reeds 30% en verviervoudigde in koers gedurende het afgelopen decennium. Wat nu als blijkt dat de inflatie niet, later dan verwacht of in veel mindere mate de kop opsteekt?

Wanneer u goed wilt zitten in zowel scenario's van forse inflatie, maar ook wanneer de inflatie niet, later dan verwacht of minder dan gevreest de kop opsteekt dan vormen aandelen van bedrijven met sterke competitieve posities naar ons oordeel een goede keuze. Deze strategie hanteren we dan ook zelf.

Met vriendelijke groet,
Hendrik Oude Nijhuis