Beleggingsfondsen moeten de index vaak voor laten gaan als het gaat om prestaties. Maar ook
ETF ’s renderen minder dan de index.
De druk op adviseurs (onder andere bij banken) om meer beursverhandelbare indexaandelen te adviseren, zogenoemde
ETF ’s, wordt steeds groter. Hoewel 2009 een prima jaar was voor veel actief beheerde fondsen, blijkt er een groeiend wantrouwen bij institutionele en particuliere beleggers tegen actief beheerde fondsen ten gunste van goedkopere
ETF ’s. Traditionele actieve fondsen presteren gemiddeld minder dan de index maar kosten wel het nodige, dus – zo is de redenering – moeten er snel meer
ETF ’s worden geadviseerd.
Actieve beleggers komen in het verweer tegen de opmars van de
ETF ’s. Bij Robeco bijvoorbeeld hebben ze drie slimme koppen laten uitzoeken dat
ETF ’s ook bij de index achterblijven. David Blitz, Joop Huij en Laurens Swinkels tonen in een artikel aan dat
ETF ’s goed meebewegen met de index die ze volgen maar wel 0,5 tot 1,5% achterblijven als het gaat om rendement.
Dat
ETF ’s achterblijven bij de index hoeft geen verbazing te wekken.
ETF ’s brengen immers kosten in rekening en proberen deze niet goed te maken door de index te verslaan. Maar de mate waarin ze achterblijven, valt wel tegen. Naast door kosten, wordt dit volgens de onderzoekers verklaard doordat
ETF ’s niet of niet goed de bronbelasting op de door hen ontvangen dividenden uit diverse landen terugvragen. Ze zijn niet erg belastingefficiënt.
En er zijn meer nadelen van
ETF ’s te bedenken, zo zijn er de laatste jaren een groot aantal zeer specialistische
ETF ’s op de markt gekomen die zich moeilijk in een op de lange termijn gerichte portefeuille laten opnemen. Ook kan er bij
ETF ’s tegenpartijrisico om de hoek komen kijken als deze niet de onderliggende aandelen of obligaties koopt, maar de index probeert na te bootsen door het gebruik van derivaten. Een
ETF presteert niet automatisch goed.
Betekent dit dat
ETF ’s geen goede beleggingsinstrumenten en allemaal maar naar de schroothoop moeten? Nee, natuurlijk niet. Genoemde nadelen kunnen net zo goed gelden voor beleggingsfondsen. Wel laat het zien dat zowel actief beheerde als
ETF ’s met elkaar en tegen elkaar moeten worden vergeleken in plaats van enkel met de index.
ETF ’s leggen de lat voor actieve beheerders hoger omdat ze een goedkoop alternatief zijn. Alleen daarom al zijn ze een welkome aanvulling. Voor slecht presterende actieve fondsen zal geen plaats meer zijn. Op dure fondsen die geen waarde toevoegen en wel dicht bij de index blijven zit geen particulier te wachten. In de toekomst zal blijken dat
ETF ’s en actief beheerde fondsen naast elkaar zullen bestaan. Voor nu betekent dit dat
ETF ’s en indexbeleggen aan belang zal groeien.
Freddy van Mulligen is hoofd research van Morningstar Nederland. Hij waardeert uw commentaar, maar kan geen specifieke adviezen over fondsen of portefeuilles geven. Auteurs kunt u bereiken via de Analisten feedback.