Europa vergadert vandaag over een ambitieuze groei- en concurrentiële strategie -het plan kreeg de naam EU2020- mee. De voorloper van dit nieuwe plan, de Lissabon agenda, stierf een stille dood. Of om het in de woorden van de Britse politicus Alistair Campbell te stellen: die agenda is
‘vergeten, maar niet verdwenen'. Waarom zou het deze keer anders zijn?
De Europese doelstelling om tegen 2010 „de meest dynamische competitieve kenniseconomie ter wereld" te worden is niet gehaald. 10 jaar geleden stelden de EU-landen de zogenaamde Lissabonstrategie op die flexibelere arbeidsmarkten, een groenere, digitale economie en grotere investeringen in wetenschappelijk onderzoek beoogde.

Enkel zo zou Europa zich met de VS, de BRIC-landen en andere opkomende economieën kunnen meten, maar 10 jaar later blijkt dat de meeste doelstellingen niet zijn gehaald; erger nog, de meeste landen komen niet eens in de buurt. De Lissabondoelstellingen -70 procent van de bevolking aan het werk, 3 procent van het nationaal inkomen investeren in onderzoek en ontwikkeling (R&D)- bleken voor de meeste landen te hoog gegrepen.
De opvolger van Lissabon, de strategie Europa 2020 heeft net als ‘Lissabon' een looptijd van tien jaar en gaat ook over dezelfde thema's als 10 jaar geleden: klimaatverandering, globalisering (het verplaatsen van fabrieken), de vergrijzing en technologische ontwikkelingen die constante innovatie vereisen. De doelen zijn opnieuw ambitieus: 75 procent werkgelegenheid, 3 à 4 procent van het bruto binnenlands product moet in R&D geïnvesteerd worden en de CO2-uitstoot moet met 20 procent omlaag.
‘De ware vraag die moet worden beantwoord is in welke mate [de Europese] landen bereid zijn echte hervormingen door te voeren.' Dat zegt Thierry Breton, voormalig Frans minsiter van Financiën, die vandaag aan het hoofd staat van het IT-bedrijf Atos Origin.
Echte hervormingen dringen zich op, maar Europa heeft daar geen zin in. De Europeaan is verslaafd geworden aan de verworven rechten van de welvaartsstaat. Wie daar verandering in wil brengen legt zijn hoofd op het politieke kapblok.
Europeanen blijven denken dat kapitalisme moet worden getemperd door genereuze uitkeringen en een bescherming van de arbeidsmarkt. In goede conomische tijden wordt de vrije markt gewantrouwd; in slechte tijden wil Europa zekerheid, eerder dan verandering. Dat kon Nicolas Sarkozy afgelopen weekeinde nog aan den lijve ondervinden toen zijn UMP in het gros van de Franse regio's werd weggestemd.
Er ontstaan ook politieke spanningen binnen de eurozone. Duitsland heeft grote inspanningen gedaan om zijn concurrentievermogen op te trekken door in de loonkosten te snoeien. Gevolg daarvan is een toegenomen export, maar lage lonen hebben de koopkracht van de Duitse consument doen stagneren. Frankrijk verwijt Duitsland ook dat door deze maatregelen de economieën van de buurlanden schade is toegebracht.
Hervormingen lijken onvermijdelijk. Uit cijfers van de OESO blijkt dat 21% van alle jongeren onder de 25 in de eurozone zonder werk zit, vergeleken met 9% van de mensen die ouder zijn dan 25. Een onzekere jongere generatie, veelal tewerkgesteld met tijdelijke arbeidscontracten, zal verplicht worden de lasten te dragen van hun ouders, waarvan er steeds meer van staatspensioenen genieten.
De 16 landen van de eurozone staan voor een moeilijke keuze: economische groei aanzwengelen door hun al lang aangekondigde maatregelen om steunmaatregelen en uitkeringen te beperken eindelijk door te voeren of een lange periode van economische stagnatie tegemoet te gaan; kortweg de keuze tussen economische groei en het sociale vangnet.
Express.be