Niet veel beleggen

Beleggen in fondsen is lang niet zo populair als het zou moeten zijn. Dat ligt onder andere aan de fondsen.

Uit cijfers van De Nederlandsche Bank bleek vorige week weer eens dat Nederlanders niet veel moeten hebben van beleggingsfondsen. Ongeveer 29 miljard euro van de in totaal in Nederlandse beleggingsinstellingen gestoken 391 miljard is afkomstig van huishoudens.

Daarnaast hebben Nederlandse particulieren nog eens 21 miljard in buitenlandse beleggingsinstellingen waar Nederland in totaal 131 miljard in belegd heeft. Al met al is 10% van het geld van beleggingsinstellingen afkomstig van particulieren en is het gemiddelde bedrag dat in fondsen is gestoken per inwoner ongeveer 3000 euro. Pensioenfondsen beleggen een veelvoud daarvan in beleggingsinstellingen.

Nu lijkt een bedrag van 3000 euro per inwoner vrij behoorlijk maar, in vergelijking met de staatsschuld – om maar eens te noemen - die momenteel ruim 22 000 euro per Nederlandse inwoner bedraagt, is het wisselgeld. Nederlanders zijn nog niet te porren voor serieuze beleggingen in fondsen. Ze vertrouwen erop dat bedrijfs(tak)pensioenen samen met de AOW genoeg zullen blijken voor een goede oude dag.

Lang niet altijd terecht, want het hele pensioengebeuren is al en wordt mogelijk verder versoberd. Na de commissies onder leiding van Kees Goudszwaard en Jean Frijns is dat weer eens duidelijk geworden. Tel daarbij op nog het snel verwisselen van banen en het oprukkende leger aan zzp-ers waar nauwelijks iets voor geregeld is.

Ondanks de enorme push van banken om klanten richting beleggingsfondsen te bewegen, hebben deze een imagoprobleem en trekken relatief weinig geld aan van Nederlandse huishoudens. Jammer, want fondsen zouden juist bedoeld moeten zijn om brede groepen van beleggers te laten participeren in financiële markten. Maar participeren in financiële markten is voor veel consumenten geen aantrekkelijke gedachte en dat doen door middel van actief beheerde beleggingsfondsen al helemaal niet.

Het is eerder een hobby van enkelen dan een noodzakelijkheid. En als er dan toch iets voor het eigen pensioen moet worden geregeld, dan liever via een pensioenverzekering. Over de kosten daarvan hebben we het maar niet.

Het lijkt erop alsof beleggingsfondsen er een potje hebben gemaakt. De Autoriteit Financiële Markten doet bij monde van Theodor Kockeltoren ook nog een duit in het zakje. Kockeltoren schijnt gezegd te hebben (heb het niet zelf gehoord) dat “indextrackers de norm moeten zijn bij advisering.” In de leidraad vermogensopbouw vindt u de uitspraak dat “Het standaard aanbieden en adviseren van actief gemanagede fondsen is toch opvallend, aangezien dit niet in het belang van de klant lijkt te zijn.”

De tegengas die de AFM geeft aan beleggingsfondsen met hun vaak hoge marges in combinatie met tegenvallende rendementen, is slechts het begin van een proces van jaren van duwen en trekken om adviseurs beter te laten adviseren en beleggingsfondsen beter te laten beleggen (of tegen lagere kosten). Daarbij zal waarschijnlijk de uitkomst zijn dat beleggingsfondsen goedkoper worden en dat beleggers een vergoeding zullen betalen aan degene bij wie ze dat fonds kopen in plaats van dat het fonds betaalt.

Een ding is zeker: beleggingsfondsen zullen overleven en groeien. Volgens het CBS Corp. hebben Nederlandse huishoudens overigens 199 miljard euro in aandelenbezittingen(?). Dat begint al weer een beetje meer op een echt appeltje voor de dorst te lijken.

Freddy van Mulligen is hoofd research van Morningstar Nederland. Hij waardeert uw commentaar, maar kan geen specifieke adviezen over fondsen of portefeuilles geven. Auteurs kunt u bereiken via de Analisten feedback.