Investeren in kunst is economisch gezien totaal nutteloos
‘Investeren in kunst is economisch gezien totaal nutteloos, je weet niet hoe de waarde zich ontwikkelt.' Dat zegt veilingmeester Job Ubbens van Christie's in een gesprek met Room for Discussion, het economisch discussieplatform van de Universiteit van Amsterdam. Was 2007 nog een absoluut topjaar voor de kunsthandel, dan was 2009 een dieptepunt. De wereldwijde omzet zakte van $42 miljard naar zo'n $30 miljard.
Gelukkig zijn de rijke gekken die astronomische bedragen neerlegden voor een Warhol of een Picasso nu verdwenen. ‘Kwaliteit is het enige wat telt nu, goede schilderijen, die behoorlijk getaxeerd zijn. Mensen willen geen werken meer van nieuwe experimentele moderne kunstenaars,' legt Ubbens uit.‘ Veel teveel risico. Alles is nu antistatus en antirisico. De kunstliefhebber is weer terug.'
‘Als mensen mij vragen of ze in kunst moeten investeren, dan zeg ik nee. Veel te onzeker. Je kan miljoenen verdienen maar ook niets overhouden. En dat laatste hoor je eigenlijk nooit.'
De prijs van kunst is bij het begin van dit decennium vooral de hoogte ingejaagd door het toenemende aantal kopers met zogenaamd ‘nieuw kapitaal': hefboomfondsmanagers, CEO's, oliemagnaten, popsterren, modellen en acteurs. Ook rijke Russen en Chinezen mogen aan die lijst worden toegevoegd. Tussen 2000 en 2005 stegen prijzen van kunst in Rusland met 2365 %.
Ubbens ontwikkelde wel een opmerkelijk verkoopspraatje wanneer ie kunst aanprijst: ‘Ik spreek liever van hedonistisch rendement. Van kunst en schoonheid krijg je een goed humeur. Dat is veel waard.'