In het westen leeft de angst dat steeds meer ontwikkelingslanden het zogeheten `Chinese model` zullen gaan volgen, agressief kapitalisme en economische expansie gecombineerd met een sterke staat. Uit een studie van het Pew Research Centre, een Amerikaans onderzoeksbureau, blijkt bijvoorbeeld dat 85% van de Nigerianen veel voelt voor het Chinese model. In 2008 was dat 79%.
Blijkens dezelfde studie ziet de helft van de Amerikanen het model zitten en 26% van de Japanners. Kortom: de Chinese aanpak kan bogen op een toenemende populariteit. Met name in Afrikaanse landen die Chinese economische hulp gepaard zien gaan met stilzwijgen over corruptie, oorlog en schendingen van mensenrechten. Zaken die, wanneer ze van westerse ondernemingen, landen of donoren komen, in de regel sterk bekritiseerd worden. Het lijkt er overigens op dat China het liefst low key en low profile opereert.
Zelf neemt het land termen als het `Chinese model`, economische reus of opkomst liever niet in de mond uit angst dat dit zal leiden tot een hernieuwde roep om politieke hervormingen. Overigens geven de onderhuidse sociale problemen, de milieuproblematiek en de angst van de Chinese overheid voor instabiliteit aan dat de Chinese beleidsmakers zelf niet zeker zijn dat ze de juiste weg hebben gekozen.