De lidstaten van de Europese Unie hebben het steeds moeilijker om de stijgende kosten van de International Thermonuclear Experimental Reactor (ITER) in het Franse Cadarache te blijven betalen. Daardoor dreigt het project, dat de mogelijkheden van kernfusie als toekomstige energiebron moet onderzoeken, in het gedrang te komen. Een aantal waarnemers stellen dat er echter geen sprake van is dat het project zou worden opgeheven, want dat zou volgens hen een zware slag toebrengen aan de Europese geloofwaardigheid. De onkosten van het ITER-project liggen inmiddels drie keer hoger dan aanvankelijk was vergroot. Verwacht wordt dat de European Atomic Energy Community (Euratom) ongeveer 6 miljard euro extra zal moeten bijdragen, terwijl gastland Frankrijk een bijkomende investering van 1,3 miljard zou moeten voorzien. De kosten van het project worden inmiddels geraamd op 16 miljard euro.
"Voorzien is dat de bouw van het project over twee jaar van start zou gaan," aldus Euractiv.com. "Een aantal critici roepen op om het project af te breken vooraleer de kosten nog verder zouden oplopen. Het project is echter tot stand gekomen door een internationaal akkoord, dat bijzonder moeilijk opgezegd kan worden." De ITER-reactor zou een duplicaat moeten vormen van de fusie die bij de zon wordt opgemerkt. Op die manier hoopt men een onuitputtelijke bron van energie te kunnen creëren. Vorig maand beslisten de Europese ministers van onderzoek om het project, ondanks de stijgende kosten, toch verder te zetten. Concrete afspraken werden daar echter niet gemaakt. Wel werd een werkgroep opgericht, die tegen deze zomer een oplossing zou moeten uitwerken. De Europese ministers willen dat het geld binnen bestaande fondsen kan worden gevonden, maar de Europese Commissie stuurt aan op nieuwe financiële injecties.
Geopperd werd om aan de Europese Investeringsbank een lening te vragen, maar de Europese Commissie staat heel aarzelend tegenover die oplossing. Dat betekent volgens de critici dat de Europese Commissie heel goed beseft dat er grote risico's zijn verbonden aan het project. Ook wordt opgemerkt dat het project zou kunnen uitgesteld worden, zodat de financiële lasten over meerdere jaren gespreid zouden kunnen worden. Maar er wordt aan toegevoegd dat dit tot wrijvingen met andere ITER-partners - zoals China, Japan en de Verenigde Staten - zou kunnen leiden. Het project krijgt ook grote kritiek vanuit milieuhoek. Daar wordt erop gewezen dat zelfs de meest optimistische supporter van kernfusie de eerstvolgende tachtig jaar geen commerciële exploitatie in het vooruitzicht kan stellen. Volgens hen zou men de financiële middelen moeten investeren in betere en veiliger energie-oplossingen. Aan het project nemen ook India, Korea en Rusland deel. (MH)