De euro zet -net als gisteren- zijn opmars verder en nadert de 1,26 dollar, na de bekendmaking dat de Amerikaanse werkloosheidscijfers van het U.S. Labor Department voor juni slechter uitvallen dan verwacht.
De werkloosheidsgraad in de VS bedraagt 9,5 procent, terwijl de markt 9,8 procent verwachtte, maar de creatie van 83.000 jobs in de privésector is een pak minder dan de 110.000 die de economen hadden voorspeld. In totaal gingen er netto 125.000 banen verloren, vooral omdat 225.000 tijdelijke overheidscontracten niet werden verlengd.
Blijkbaar zijn de financiële markten minder bezorgd over de euro, want hoewel de Europese bank- en schuldenproblemen verre van verdwenen zijn (met vooral Spanje nu in de hoofdrol) verschuift de focus zich opnieuw naar de VS (en in mindere mate China). De stagnerende werkloosheidscijfers en de aanhoudende malaise in de Amerikaanse vastgoedsector hebben het debat over de reële toestand van de Amerikaanse economie en de vrees voor de double-dip opnieuw aangewakkerd.