Chinese lonen stijgen... en dat is goed nieuws voor het Westen
China beschikt over een leger van 130 miljoen mobiele arbeiders die bereid zijn om voor een loon van omgerekend 150 euro per maand (1.350 yuan) in ‘s lands fabriekssteden te gaan werken. Hoewel die 150 euro een habbekrats lijken in vergelijking met wat hun Europese en Amerikaanse collega-arbeiders verdienen, is het 20% meer dan een jaar geleden.
Samen met het Chinese herstel stegen nameijk ook de lonen. Stakingen, personeelstekorten, sociale onrust... niets bleef de werkgevers in de kuststreek -waar de meeste fabrieken zijn gevestigd die enkel voor de export werken- de afgelopen maanden bespaard. Zo kende de stad Guangdong niet minder dan 36 stakingen in 48 dagen.
China tegen grenzen aan
China botst stilaan tegen zijn natuurlijke grenzen aan en de wet van vraag en aanbod doet zijn intrede. Het aantal beschikbare Chinese arbeiders is niet langer onbeperkt. Geschat wordt dat nog zo’n 70 miljoen beschikbare arbeidskrachten op het platteland verblijven, maar de Chinese één-kind-politiek zorgt er ook voor dat vanaf volgend jaar het aantal 15- tot 29-jarigen sterk zal afnemen. En samen met de lonen stijgen ook de verwachtingen van de Chinezen, die steeds minder bereid lijken om een leven in ontbering en miserie door te brengen voor wat schamele yuans.
Ook de politiek reageert anders dan gewoonlijk. Zo werd over de stakingen bericht op de staatstelevisie en werden vakbondsleiders die tot staken aanzetten met rust gelaten. Het was ooit anders. Volgens The Economist wijst dat op drie zaken:
De overheid wil geen conflicten met arbeiders die werken voor grote merken ( Apple , Nike ,...) die globale media-aandacht krijgen.
De overheid is niet langer bevreesd om buitenlandse investeerders tegen de haren in te strijken. Indien arbeiders boos zijn; dan beter op buitenlandse werkgevers dan op Chinese werkgevers. Het buitenland heeft China harder nodig dan China het buitenland.
e overheid denkt terecht dat wanneer arbeiders meer verdienen, dit het evenwicht van de lokale economie ten goede komt. Hogere lonen voor arbeiders, betekent minder winst voor bedrijven, maar meer koopkracht voor de eerstgenoemden.
Hogere Chinese lonen zijn ook goed voor het Westen. Dat is op het eerste zicht paradoxaal, want volgens een berekening leveren goedkope Chinese arbeidskrachten elk jaar opnieuw 1.000 dollar besparingen op voor westerse gezinnen, dankzij goedkopere producten in onze winkelschappen en een grotere concurrentie op onze markten. Maar wanneer de Chinezen nu zelf meer gaan consumeren gaat ook onze export omhoog.
Chinese consumptie omhoog
The Economist berekende dat indien de Chinese consumptie met 20% stijgt, Amerika 25 miljard dollar meer kan uitvoeren, wat op zijn beurt tot de creatie van 200.000 jobs zal leiden. Zo’n scenario is niet direct nadelig voor onze goedkope producten omdat in omliggende landen zoals India nog altijd genoeg goedkoop arbeidspotentieel aanwezig is.
Chinese lonen vertrellen trouwens maar de helft van het verhaal; ook de productiviteit nam er zienderogen toe. Stegen de Chinese lonen in het laatste decennium met 300% dan steeg de productiviteit in het land met een factor vijf.
Conclusie: In 1962 schreef econoom Joan Cambridge dat ‘de miserie om te worden uitgebuit door kapitalisten in het niets valt indien ze wordt vergeleken met de miserie wanneer men niet wordt uitgebuit’. Ze schreef dit in 1962 toen ze zag hoe grote bevolkingsaantallen in Zuidoost Azië werkloos bleven. Sinds dan is het kapitaal druk bezig geweest met het uitbuiten van de arbeidskrachten in die regio. Maar dat heeft uiteindelijk in hun voordeel gespeeld. En nu is de tijd aangebroken voor dat kapitaal om ook daadwerkelijk in hen te gaan investeren, besluit het magazine.