Amerikaanse lobbyisten beleven nieuwe hoogconjunctuur
De Amerikaanse lobbyisten hebben een uitstekende eerste jaarhelft achter de rug. Acht van de tien grootste Amerikaanse lobbybedrijven realiseerden tijdens de eerste zes maanden van dit jaar meer inkomsten dan tijdens dezelfde periode vorig jaar. Het succes is in belangrijke mate te danken aan een aantal gevoelige politieke dossiers, zoals de herziening van de gezondheidszorg en de voorstellen voor een Amerikaanse klimaatwetgeving.
Hogere omzetten
In totaal realiseerden de grootste Amerikaanse lobbybedrijven tijdens de eerste zes maanden van dit jaar een omzet van 128 miljoen dollar. De helft van de betrokken bedrijven boekte daarbij een dubbelcijferige omzetgroei.
"Men kan een duidelijk verandering voelen," merkt een woordvoerder van Akin Gump Strauss Hauer & Feld, de tweede grootste lobbyist uit de Amerikaanse hoofdstad Washington, op tegenover de krant The Washington Post . "Er hangt een heel andere sfeer dan tijdens het eerste kwartaal van vorig jaar. Het lijdt geen twijfel dat de sector een heropleving meemaakt."
Lobby-conjunctuur zet door
Inmiddels werden de herziening van de gezondheidszorg en de herziening van de regelgeving voor de banksector in wetten gegoten, maar omdat het Amerikaanse Congres er niet is in geslaagd om een klimaatwetgeving te stemmen, wordt verwacht dat de goede lobby-conjunctuur zich ook in de nabije toekomst verder zal doorzetten.
De grootste lobbygroep van de Verenigde Staten blijft Patton Boggs, dat tijdens de eerste helft van dit jaar een omzet realiseerde van 20,6 miljoen dollar. Diens belangrijkste klant was de Mortgage Investors Coalition, die lobbyisten inschakelde in verband met de Amerikaanse hypotheekcrisis. Een andere grote opdrachtgever was Cantor Futures Exchange, die op de lobbyist beroep deed om zijn belangen te verdedigen bij het herzien van de Amerikaanse financiële regelgeving.
Maar ook het milieu vormt een belangrijk werkterrein. Uit officiële documenten blijkt dat het concern Dow Chemicals lobbyist Akin Gump meer dan 1 miljoen dollar betaalde om met het Amerikaanse Congres aan milieu-gerelateerde onderwerpen te werken.