Tijdens een update van Kempen & Co met de pers kwam aan het licht dat er misschien een paar handen vol aan mooie ipo’s aan zitten te komen op het Damrak, zo was de verwachting van de analisten Ivo Piest en Oscar Izeboud. Beide analisten hebben naast een financiële ook een farmaceutische achtergrond. De recente overnameperikelen rondom Crucell (
Johnson & Johnson biedt 24,75 euro per aandeel Crucell) kwamen voor de analisten absoluut niet als een verrassing.
”Het opkomen, opbloeien, groeien en ooit overgenomen worden of zelf overnemen hoort bij uitstek bij de farmaciesector. Succes creëert succes.” aldus Oscar Izeboud. De grote jongens zoals
Johnson & Johnson kiezen simpelweg de bedrijven uit die veel innovatiekracht hebben, strippen ze en voegen ze toe aan hun pijplijn zo melden de analisten van Kempen & Co.
De markt van de biotechs is ondertussen volwassen geworden, het gehype is weg en er zit ook geen lucht meer in de koersen zo is het oordeel van de analisten. De waarderingen voor de biotech-aandelen zijn dus gunstig is het oordeel.
Redenen voor M&A’s in de biotechsector
Het feit dat licenties of patenten op producten verlopen maakt de biotechsector zeer dynamisch. Kempen & Co. noemt de push naar het alsmaar opnieuw moeten uitvinden de ‘patent cliff’. Zo gauw een patent verlopen is kan de concurrentie het direct ook op de markten zetten. Om dit gevaar uit de weg te gaan moeten de (grote) bedrijven dus blijven innoveren. Echter hoe groter een bedrijf is (met vooral in deze sector heel veel in de oorlogskas), hoe beperkter de innovatiekracht. Dit duwt de grote bedrijven dus op overnamejacht.
De grote bedrijven laten de kleintjes graag het moeilijke research & development werk doen en bij succes komen de grote bedrijven in acties, hetzij door biedingen, hetzij door partnerschappen op te zetten. Een andere reden is de zwakte van de kleinere bedrijven die vooral research & development doen; zij hebben enorm veel kosten en zitten dus vaak verlegen om geld. Een bieding van een grotere partij is daarom al snel aantrekkelijk voor de kleinere partijen.
Alternatieve waarderingsmethodieken nodig
Omdat bij het waarderen van biotechbedrijven er meestal geen omzetten/kasstromen zijn bij die bedrijven valt de methode van de contante waarde van de kasstromen (DCF) al direct af. Alternatieven hiervoor zijn de voor risico aangepaste netto-waarde van het bedrijf (risk-adjusted NPV) in combinatie met schattingsmethodieken zoals Monte Carlo-simulaties.
Grote verschillen Nederland en België
Vooral in België is er sprake van een bruisende massa aan biotechbedrijven. Het aantal biotechbedrijven dat in Nederland actief is staat hierbij in een schril contrast met die in België. Vanaf de begin jaren ’90 zijn er in België al heel veel biotechbedrijven opgezet. Weliswaar met wisselende successen maar het aantal is zeer aanzienlijk. Het grotere aantal in België is volgens de analisten van Kempen & Co. deels te verklaren door het Belgische onderzoekcentrum VIB.
Bij de VIB zitten diverse grote Belgische universiteiten aangesloten die zich gezamenlijk richten op de opzet van biotechbedrijven. De VIB fungeert als het ware als een soort kraamkamer voor nieuwe biotechbedrijven en dit legt België zeker geen windeieren. Investeringen worden op slechts een paar projecten gericht terwijl in Nederland alle partijen wel wat krijgen. Hierdoor worden de slagingskansen ook al beperkter. Verder is het fiscale klimaat in België aantrekkelijker: de inkomsten van de biotechbedrijven uit patenten worden voor slechts 6,7% aan inkomstenbelasting belast. De analisten van Kempen & Co. stellen dat Nederland hier een voorbeeld aan zou moeten nemen.