De beurs: wanneer instappen en wanneer verkopen?

De effectenbeurzen in Europa beleefden op de eerste handelsdag van het nieuwe jaar een topdag. De Standard & Poor's 500-index boekte zijn grootste winst in een maand. In Brussel won de Bel20 maandag 2,06 procent; de CAC 40 ging liefst 2,52% hoger. Toch staan de meeste beurzen vandaag nog een pak onder hun niveau van 1999. 'Waar mag een belegger dan op hopen als hij zijn centen op de lange termijn heeft belegd?', vroeg de New York Times zich af.

Aan de hand van een grafiek van het Amerikaanse management- en researchbedrijf Corvalis toont de krant aan dat het verwachtingspatroon van de doorsnee blegger - jaar na jaar een winstpercentage van 10% - 7% per jaar na aanpassing aan de inflatie - bijna onhaalbaar is.

Naargelang het tijdstip waarop men in aandelen stapte en ze daarna weer verkocht kunnen grote schommelingen optreden. Wie eind 1961 tienduizend dollar in de beurs stak hield daarvan eind 1981 nog exact 6.600 dollar over. Maar wie eind 1979 eenzelfde bedrag investeerde had eind 1999 wel 48.000 dollar bijeengespaard.

Marktopbrengsten zijn dus volatieler dan mensen zich realiseren, aldus Ed Easterling van Corvalis. Zelfs over langere periodes van 20 jaar.

Op onderstaande grafiek staat op de neergaande lijn het jaartal te lezen waarin werd geïnvesteerd en op de bovenste lijn het jaartal waarin de aandelen werden verkocht. Wanneer het vakje van het jaartal waarop men verkocht rood kleurt, werd geld verloren, bij wit kostte het niks, maar leverde het evenmin veel op, bij groen werd meer dan 7% per jaar gewonnen, na aftrekken van inflatie en kosten.

grafiek s&p500

grafiek <a href='/begrippen/25-s-p'> S&P </a> 500