Voor beleggers die investeren in passieve portfolio’s vanuit hun luie stoel hebben in 2010 zonder moeite wederom een goed jaar beleefd. Zonder het nieuws op de voet te volgen maakten zij rustig rendement. Voor mensen die daarbij denken dat hun complete vermogen in obligaties gaat zitten hebben het mis, er is een betere manier. De beste aanpak voor 2010, en de jaren daarvoor, was het spreiden van het vermogen over alle beleggingscategorieën. Dit voorkomt dat er gegokt wordt op één specifieke soort belegging.
7-12 methode
Craig Israelsen, docent finance aan de Brigham Young Universiteit in Utah, bouwt zijn ‘luie’ portefeuille volgens de 7-12 methode. Het concept is elegant en simpel: 7 uiteenlopende beleggingscategorieën worden gedekt door 12 verschillende fondsen. Daarmee investeert hij indirect in praktisch alle Amerikaanse aandelen en daarbuiten, in de obligatiemarkten, vastgoed, grondstoffen, en wat cash. Obligaties maken 35% van de portefeuille uit, aandelen en overige categorieën 65%.
Diversificatie
De methode weegt alle 12 posities eenvoudig even zwaar. Jaarlijks kan deze verdeling opnieuw worden gebalanceerd. Wanneer aandelen slecht presteren doen obligaties het vaak juist goed: het voordeel van diversificatie. Praktisch alle categorieën worden gedekt door fondsen of trackers. Alhoewel het geen risicoloze methode is, presteerde deze aanpak in crisisjaar 2008 met een daling van 22% aanmerkelijk beter dan het verlies van 40% van brede Amerikaanse aandelenindices. MyPlanIQ.com heeft vastgesteld dat over de afgelopen 5 jaar een gemiddeld rendement van 13% is gehaald.
Fondsposities
De posities van de 7-12 methode van Craig Israelsen ziet er als volgt uit:
Israelsen benadrukt dat wanneer de beleggingshorizon (bijvoorbeeld pensioen) nadert, men het risico dient te verminderen door vastrentende waarden meer gewicht te geven in de portefeuille. Samenvattend zijn de regels dus vrij simpel: diversifieer zo veel mogelijk, beleg met zo laag mogelijke beheerskosten en kijk vooral niet iedere dag wat er gebeurt!