Obligaties van staten: 4 regels voor investeerders

De enorme bezuinigingen die de Amerikaanse staten tegenwoordig door moeten voeren en de voorspelling van de beroemde analist Meredith Whitney, dat talrijke stedelijke faillissementen op weg zijn, hebben voor een driemaandelijkse daling in de stadsobligaties gezorgd. In de laatste twee maanden is er $25 miljard weggehaald uit obligatie beleggingsfondsen, zo meldt Reuters.

Goede mogelijkheden
nutsbedrijfMaar vormt deze lage vraag en dus een hoger rendement een mogelijkheid om te kopen? Sommige experts zeggen dat obligaties van staten nu zeker een goede investering kunnen zijn. De truc is om de juiste obligaties van de slechte te onderscheiden, iets wat de markt niet goed kan, zegt Rick Ashburn, CIO bij Creekside Partners. ”De goede en slechte obligaties handelen nu voor dezelfde prijs”, aldus Ashburn. Nu de rendementen van deze obligaties rond de 5.5, 6 % zitten (in vergelijking tot 3.4% van de 10-jarige staatsobligaties), zullen de uitbetalingen van goede obligaties zeer gewaardeerd worden. Ashburn raadt dan ook aan om te kopen, iets wat de beroemde investeringsexpert Bill Gross recentelijk deed, door $5 miljoen van zijn eigen geld te investeren in stadsobligaties. Hij vond dat de potentiële uitbetalingen zwaarder wogen dan de risico’s.

Maar hoe moet je je obligaties kiezen? Ashburn geeft daarvoor 4 regels.

Regel 1: Koop een General Obligation Bond of obligaties van essentiële gemeentelijke nutsbedrijven
De eerste vragen die je je als investeerder af moet vragen zijn volgens Ashburn ‘wie je terug gaat betalen’ en ‘waar het geld vandaan komt’, enzovoorts. Hoge kwaliteit is daarbij van belang. Daarom verkiest Ashburn de obligaties in wier naam het woord ‘general’ terugkomt of de obligaties van nutsbedrijven. Als eerste omdat de lokale staat verplicht is om het terug te betalen, door bijvoorbeeld de belastingen daarvoor aan te wenden. Ten tweede omdat de (essentiële) nutsbedrijven redelijk stabiele monopoliën zijn die niet zo snel hun biezen pakken en vertrekken.

Regel 2: Obligatiefondsen geven je diversificatie, maar beperk je tot fondsen die beleggen in hoge kwaliteitsobligaties
Diversificatie mag weliswaar het risico verspreiden, maar hoeft niet altijd goed te zijn, meent Ashburn. ”Het nadeel is dat ze (= fondsen met meer lage kwaliteit obligaties voor meer diversificatie zorgen) vol zitten met spullen die ik eerlijk gezegd niet wil hebben”, zegt Ashburn, ”zoek daarentegen naar fondsen met ‘hoge kwaliteit’ of ‘AAA’ in hun naam.”

Regel 3: Koop geen lange termijn leningen
”4% Rendement op een vijfjarige obligatie of 6% op een 30-jarige? De eerste is zeker beter”, zegt Ashburn, Inflatie zal zeker terugkomen en de rendementen zullen meestijgen met de inflatie. De enige manier waarop het slecht uitpakt voor je is als je geld te lang gehecht staat aan een obligatie.”

Regel 4: Betaal niet teveel voor obligatie van een staat
Zelfs met de lage prijzen nu vindt Ashburn sommige obligaties te duur. Hij raadt de ‘general obligation bonds’ van Californië af omdat het een laag rendement biedt. Verder, omdat hij verwacht dat de inflatie zich weer zal gaan manifesteren, vindt Ashburn dat je niet eens hoef te kijken naar 10-jarige obligaties met een rendement lager dan 4.5 %. Op de secundaire markt zijn zero-coupon obligaties tegenwoordig heel goedkoop. Hoewel ze niet aan tussentijdse interestbetalingen doen maar alles aan het eind betalen – een risico dat investeerders tegenwoordig niet willen nemen – vindt Ashburn dat ze toch een goede investering kunnen zijn als ze van hoge kwaliteit zijn.