De indices verslaan door Fundamental Indexation

Door simpelweg andere wegingen aan indexcomponenten te geven is het relatief eenvoudig om diezelfde index te verslaan aldus professor Jason Hsu van Research Affiliates tijdens een presentatie bij Kempen & Co in een gesprek met Fondsplein.nl. Hsu is één van de grondleggers van “Fundamental Indexation”, dit is een portefeuilleconstructie methodiek die deels op actief en deels op passief beheer leunt. De afgelopen jaren zijn de passievere beleggingsstrategieën steeds populairder geworden maar natuurlijk kleven er ook nadelen aan deze strategie. Zo worden ook de te dure aandelen klakkeloos gekocht met relatief onnodig hoge wegingen. De “Fundamental Indexation” is als het ware een ontnuchtering voor de enorme euforie over het klassieke passieve beleggen.

Steeds meer populariteit Fundamental Indexation
Jason Hsu Fundamental IndexationDe laatste jaren is de instroom in fondsen die beleggen op basis van Fundamental Indexation progressief gestegen. Het lijkt er op dat de markten steeds meer overtuigd raken van deze beleggingsmethodiek. Het totaal belegde vermogen via Fundamental Indexation steekt echter nog schril af ten opzichte van wat er in de markt voor trackers en andere indexproducten is belegd. Over de afgelopen jaren hadden de Fundamental Indexation fondsen een mondiale outperformance van gemiddeld 2,7% boven de index. Dit was in 21 van de 23 landen het geval: alleen in Nederland, Ierland en Denemarken bleek het beter te zijn geweest om in de index zelf te beleggen. Volgens Hsu is het te verwachten dat de komende jaren het vermogen in actief beheerde fondsen nog verder zal dalen ten bate van de passieve fondsen (trackers en Fundamental Indexation-fondsen).

Meer rendement maar niet meer risico
Volgens de onderzoeken van Hsu gaat het hogere rendement van de fondsen die op basis van Fundamental Indexation beleggen niet gepaard met hogere risico’s; de standaarddeviaties zijn zelfs lager dan de meeste andere strategieën. Deze variant van de ‘volatility-anomaly’ past goed in het verlengde van de onderzoeken van Robert Haugen, die ook bij Research Affilitates betrokken is.

Hsu schrijft de hogere rendementen en het lagere risico vooral toe aan de enorme discipline die Fundamental Indexation met zich mee brengt; er wordt maximaal 1x per jaar gemuteerd in de portefeuille en daarna is het ‘buy & holden’. Hierdoor zijn de omzetten en de bewegelijkheid van het fonds aanmerkelijk lager waardoor ook de kosten gereduceerd worden.

De werking van Fundamental Indexation
Fundamental Indexation is niets anders dan een portefeuileconstructiemethodiek die rekening houdt met de fundamentele waarden van een bedrijf. De prijs die nu voor een aandeel op de beurs wordt betaald wordt door Hsu gezien als random variabele die genegeerd moet worden. Het klassieke indexbeleggen gaat min of meer uit van sterk efficiënte markten (niet helemaal anders viel er niets te belegen). Het indexbeleggen geeft meer weging aan de large en lagere wegingen aan de small caps. Dit impliceert ook dat aandelen van wie hun koers stijgt ook een hogere weging krijgen; immers hun marktkapitalisatie stijgt door de hogere koers. Aandelen met een ‘lagere’ beurskoers krijgen dan ook een lagere weging. Hierdoor ontstaat er een systeem van het overwegen van de al gestegen aandelen en het onderwegen van de gedaalde aandelen, een soort buy high en sell low systeem. ”Een kapitaalsgewogen index zo maar repliceren is dus verre van optimaal” aldus de Amerikaan.

Negeer de koers van het aandeel”
Door gebruik te maken van Fundamental Indexation wordt er niet gekeken naar de koers van het aandeel maar sec naar de fundamentele waarden. Hsu gebruikt hiervoor de variabelen omzet, kasstroom, dividend en boekwaarde. Volgens de professor hebben deze variabelen de meeste verklaringskracht voor de rendementen van effecten. Deze variabelen hebben geen correlatie met de koers van het aandeel en zijn daarom vrij van ‘price-bias’. Een ander uitgangspunt van Fundamental Indexation is het feit dat financiële markten verre van efficiënt zijn. Hoe meer inefficiënties er zijn hoe beter Fundamental Indexation toepasbaar is.

Hsu lichtte dit toe door aan te geven dat vooral in de vastrentende en de vastgoedmarkten, waarbij er zeer veel diffuusheid en inefficiënties zijn de rendementen van Fundamental Indexation fors hoger liggen dan in de aandelenmarkten. ”Hoe efficiënter de markten zijn hoe lager de outperformance. Dit komt neer op meer alfa bij dalende markten: Fundamental Indexation geeft meer weging aan sterkere onderliggende waarden en biedt zodoende ook meer neerwaartse bescherming” aldus Hsu.

”Op de korte termijn bewegen de financiële markten zich toch als een random walk. Beleggingsbeslissingen (deels) baseren op deze random –waarden is dan ook niet aan te raden” aldus Hsu. Op termijn tenderen de koersen van de onderliggende waarden richting hun fundamentele waarden, vandaar dat dit het uitgangspunt is van Fundamental Indexation.

Value tilt?
Is Fundamental Indexation dan een variant van een van een valuefonds? ”Absoluut niet, want ook groeiaandelen worden net zo vaak hoger gewogen dan waardaandelen.” aldus Hsu. Natuurlijk staan de fundamenten van het bedrijf net zo centraal als bij het klassieke valuebeleggen maar het grote onderscheid zit hem in het feit dat Fundamental Indexation niet uitgaat van waarderingsmaatstaven die afhankelijk zijn van de koers op de beurs.