De huidige marktomstandigheden zorgen voor enorme volatiliteit voor zowel de aandelen- als de obligatiebeleggers. Door de enorme dislocaties kunnen hoogdividend aandelen een beter alternatief zijn voor credits van dezelfde bedrijven dat meldt Michael Clark, fondsmanager bij Fidelity in gesprek met Analist.nl. ”De harde klappen op de financiële markten raken de beleggers in credits net zo goed” aldus Clark. Vanuit een risico-rendementsperspectief kunnen aandelen met een hoog rendement een betere keuze zijn. Als voorbeeld haalde Clark de hogere rendementen aan van hoogdividend aandelen ten opzichte van credits. Volgens hem zijn de hogere rendementen van de hoogdividendaandelen niet alleen een vergoeding voor een hoger risico (in verband met de kapitaalshiërarchie) maar ook worden ze ook verklaard door een paniekpremie die echter niet terecht is.
Clark benadrukt dat het sterke rente-op-rente effect maar niet vaak genoeg voor beleggers duidelijk gemaakt zou moeten worden. Albert Einstein noemde dit al het achtste wereldwonder: door het jaarlijks herinvesteren van een klein bedrag ontstaat er na verloop van tijd een soort vliegwiel reactie die zorgt voor een exponentieel rendement. Daarnaast zorgt de zoektocht naar bedrijven die een hoog dividend betalen ook voor een natuurlijke selectie: de koersen van die aandelen zijn dan al relatief laag ten opzichte van hun dividend en het filtert automatisch de bedrijven die geen dividenden (of lage dividenden betalen) er uit. ”Het kunnen uitbetalen van een dividend kan gezien worden als een goed signaal richting de markt dat het bedrijf er goed voor staat” aldus de fondsmanager.
Uiteraard moeten beleggers niet klakkeloos aandelen kopen met het hoogste dividend want hier schuilt een addertje onder het gras zo meldt Clark. Bedrijven moeten wel in staat zijn om überhaupt de dividendbetalingen te kunnen veroorloven. Cruciaal hierbij is volgens Clark dat de vrije kasstroom hoger is dan de uitgaven van het dividend aan de aandeelhouders. Daarnaast moet er ook een betrouwbaar beeld zijn van de toekomstige vrije kasstromen. Deze dienen volgens Clark zo nauwkeurig mogelijk geschat worden om te zo veel mogelijk te voorkomen dat dividenden in de toekomst ingetrokken gaan worden. Als voorbeeld haalde de fondsmanager het farmaciebedrijf Astrazeneca en kabelbedrijf Cable & Wireless aan. Het verwachte dividendrendement van Astrazeneca ligt op 5 procent en die van Cable & Wireless ligt op 9 procent. Een naïeve belegger zou direct voor het kabelbedrijf kiezen. Clark gaf aan dat beide bedrijven een enorm verschil hebben qua dividenddekking (de vrije kasstroom ten opzichte van de totale dividendbetalingen).
Het automatisch mijden van aandelen die geen dividenden uitkeerden zorgde ervoor dat het Fidelity European Values Dividend Strategy fonds amper in financials belegde. Dit zorgde direct voor een outperformance over de afgelopen drie maanden ten opzichte van de MSCI -index: -16,4 procent voor de MSCI -index versus -8,9 procent voor het fonds. Dit was volgens Clark een typisch voorbeeld van die natuurlijke selectie door het mijden van de bedrijven die geen dividenden (kunnen) betalen. HSBC is de enige Financial in het fonds. De keuze hiervoor wordt gefundeerd op de groeiende exposure van het bedrijf in Azië.
Clark onderscheid grofweg 2 soorten hoogdividendaandelen. Er is de groep aandelen die nu al een hoger dan gemiddeld dividendrendement betalen en er is de groep die momenteel een lager dividendrendement oplevert maar wel perspectieven heeft op verhogingen van het dividend. Bij de eerste groep horen onder andere de telecombedrijven. Deze bedrijven hebben minder groeiperspectief maar hebben wel stevige vrije kasstromen om een relatief hoog dividend uit te kunnen betalen. Bij de andere groep zitten vooral de bedrijven die consumentenproducten produceren en de energiebedrijven. Deze bedrijven leveren nu wat lagere dividendrendementen op maar hebben perspectieven op hogere vrije kasstromen en dus eventueel hogere dividenden. Clark belegt voor zijn fonds in een combinatie van aandelen uit beide groepen. Dit resulteert in een mix van mid- en smallcap bedrijven.