Nederlands-Duitse betrekkingen na WO II bepaald door economische belangen

Niet zozeer de Amerikaanse Marshallhulp, maar de herstelde handelsbetrekkingen met Duitsland hebben er voor gezorgd dat Nederland er na de Tweede Wereldoorlog weer economisch bovenop kwam. Dit concludeert Martijn Lak in zijn proefschrift ‘Because we need them... German-Dutch relations after the occupation: economic inevitability and political acceptance, 1945-1957’, waarop hij donderdag 8 december 2011 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam promoveert.

Haat

Drs. M. Lak, Because We Need Them... ; German-Dutch relations after the occupation: economic inevitability and political acceptance, 1945-1957Drs. M. Lak, Because We Need Them... ; German-Dutch relations after the occupation: economic inevitability and political acceptance, 1945-1957

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog leefden er in Nederland, net als elders in Europa, sterke haatgevoelens tegen Duitsland. Toch waren velen in Nederlands, politici zowel als het bedrijfsleven en zelfs de publieke opinie,, ervan overtuigd dat de handelsbetrekkingen met Duitsland zo snel mogelijk moest worden hersteld: zonder een welvarende grote buur in het Oosten was herstel van Nederland onmogelijk, zo was vrij algemeen de mening.

Wederzijdse belangen

Daarvan kon in de eerste jaren na de oorlog echter geen sprake zijn. Duitsland was bezet door de geallieerden die handel met het voormalige Derde Rijk zo goed als onmogelijk maakten, wat zowel het Duitse als het Nederlandse economische herstel ernstig belemmerde. Bovendien was het Nederlandse beleid ten aanzien van Duitsland ambivalent, en dat zou het tot 1957 blijven: enerzijds wilde Nederland uit pure noodzaak graag zaken doen met de Duitsers, anderzijds wilde Den Haag niets met ze te maken hebben.

In dit proefschrift staat het herstel van de Nederlands-Duitse economische contacten na de Tweede Wereldoorlog centraal en de gevolgen die dit had voor de door die oorlog uiteraard zwaar belaste politieke relaties. Duitsland kon niet zonder de politieke steun van Nederland, dat bovendien een belangrijke rol speelde als handelspartner. Duitsland was economisch onmisbaar. Beide landen hadden elkaar nodig.

Impulsen Nederlandse economie

De toegenomen Duitse vraag gaf tussen 1948 en 1950 een impuls van 8 procent aan het Nederlandse BNP , ongeveer vier maal zoveel als de Marshallhulp had gedaan. Daarom concludeert dit Lak onder meer, dat het opengaan van de Duitse markt voor Nederlandse goederen van veel groter belang is geweest voor het Nederlandse economisch herstel dan de Marshallhulp, die traditioneel als belangrijkste oorzaak wordt gezien.