De prijzen van commercieel onroerend goed in Nederland blijken een nuttige indicator voor toekomstige economische groei. Dit is de conclusie van een recente studie van prof.dr. Bert de Groot en prof.dr. Philip Hans Franses van de Erasmus School of Economics. De Groot en Franses analyseerden de huurprijzen van onroerend goed uit de transactiedatabase van marktleider DTZ Zadelhoff.
De studie richtte zich op de samenhang van huurprijzen vanaf 1983 met het Bruto Binnenlands Product ( BBP ) in het kwartaal daarna. Interessant genoeg blijkt dat niet de gemiddelde prijs per kwartaal van belang is, maar juist andere eigenschappen van de data.
Een van de conclusies van de Rotterdamse economen is dat als er meer panden worden verhuurd en de omvang van het segment met een lagere prijs toeneemt, dit positieve signalen zijn voor een aantrekkende economie. Minder gunstige signalen die zouden wijzen op een dalende of krimpende economie, worden afgegeven wanneer de prijsverschillen tussen duurder en goedkoper onroerend goed groter worden, terwijl ook de gemiddelde prijs van goedkopere panden toeneemt.
Cuno van Steenhoven (voorzitter van Dagelijks Bestuur van DTZ Zadelhoff) reageert verheugd op de eerste uitkomsten: “Dat er een vast patroon is in de prijsverschillen en categorieën van prijsniveaus bij elk economisch tij en dat deze dus nu kunnen worden voorspeld, is fascinerend. Het onderzoek roept ook weer nieuwe vragen op. Geldt dit in gelijke mate voor kantoor- en bedrijfsruimten, is de relatie nog sterker zonder incentives en blijft deze relatie bestaan? Dat zijn vragen voor de wetenschap!” Steenhoven vervolgt: “In het vastgoed kan je nooit zeggen dat je precies weet hoe het in elkaar steekt. Het vraagt zeker om verder onderzoek. Maar een eerste nieuwe indicator naar de voorspelbaarheid van de markt is nu wel door de Rotterdamse onderzoekers op de kaart gezet!”