Reactie VFB op affaire Arco

Het onderstaande is de reactie van de VFB op de problemen bij Arco.

Arco verspeelt spaargeld 800.000 Belgen

In een verslag van 14 november 2012 onderzocht de auditeur bij de Raad van State de wettigheid van de koninklijke besluiten waarmee de regering Leterme II in november 2011 overheidswaarborg verleende aan de particulieren, die houder waren van aandelen in vennootschappen van de ARCO groep. De auditeur meent dat deze besluiten op verscheidene punten onwettig zijn en adviseert de Raad van State daarom om de koninklijke besluiten te vernietigen.

De aanleiding

In de periode 2009-2011 bracht het gekelderde DEXIA-aandeel, verscheidene andere vennootschappen in de problemen, omdat deze vennootschappen hun kapitaal in belangrijke mate in DEXIA-aandelen hadden belegd. Tot deze vennootschappen hoorden de vennootschappen in de ARCO groep.

Toen Frankrijk en België in oktober 2011 besloten DEXIA te ontmantelen, werd duidelijk dat er definitief waarde voor de ARCO-aandeelhouders verloren zou gaan. De regering Leterme II verleende daarom overheidswaarborg aan de particuliere houders van ARCO-aandelen. De parlementaire onderzoekscommissie DEXIA schatte het begrotingsimpact van deze waarborg op 1,5 miljard euro. Formeel werd deze waarborgregeling opgenomen in koninklijke besluiten van 10 oktober 2011 en 7 november 2011.

De procedure bij de Raad van State

Om principiële redenen trok de V.Z.W. Vlaamse Federatie van Beleggings-clubs en Beleggers naar de Raad van State tegen deze waarborgregeling. De V.Z.W. vond het niet kunnen dat de regering enkel oog had voor de be-scherming van ARCO-aandeelhouders, wier DEXIA-belegging verloren was gegaan. De V.Z.W. meende dat andere DEXIA aandeelhouders niet in de kou mochten blijven staan. Het advocatenkantoor Monard-D’Hulst vroeg met twee procedures namens de V.Z.W. en een aantal particuliere beleggers, de Raad van State om de vernietiging van de waarborgregeling.

De auditeur meent dat de waarborgregeling onwettelijk is. De auditeur meent dat om minstens drie redenen de waarborgregeling onwettelijk is:

(1) de vereiste legistieke procedure is niet gevolgd, doordat het verplichte voorafgaandelijke advies van de afdeling wetgeving bij de Raad van State niet is gevraagd. (2) de regering Leterme II was als ontslagnemende regering niet meer be-voegd om dergelijke ingrijpende waarborgregeling uit te werken. (3) de regering heeft de waarborgregeling ten onrechte gebruikt. De au-diteur wijdt in zijn verslag veel aandacht aan de vraag of de regering Leterme de overheidswaarborg wel mocht toestaan. De auditeur formuleert daarbij volgende kerngedachten:

  • De regering mag slechts in bijzonder uitzonderlijke omstandigheden gebruik maken van de garantieregeling, omdat de staatsfinanciën zelf daarmee bedreigd kunnen raken.
  • De inzet van dit garantiemiddel moet streng beoordeeld worden zeker wanneer de regering in lopende zaken is.
  • De motivering die de regering geeft voor de ARCO-garantieregeling is eerder vaag, verwijzend naar algemene problemen op de financiële markten en eerder betrekking hebbend op DEXIA. De regering maakt niet duidelijk waarom er een financieel escalatiegevaar was voor coöperatieve aandelen en waarom daarvoor een staatswaarborg zou moeten worden ingezet.
  • Uit heel wat elementen blijkt dat er voor de ARCO-aandelen geen risico was op een plotse financiële systeemcrisis:

    (a) De omvang van de ARCO-vennootschappen is te klein om een be-dreiging te vormen voor ’s lands financieel systeem. (b) De activiteit van de ARCO-vennootschappen is niet bancair van aard. (c) De aard van de ARCO-vennootschappen als coöperatieve vennoot-schappen en de statuten maken uittreden voor aandeelhouders moeilijk, zodat het risico op kapitaalsvlucht uit deze vennoot-schappen klein is.

  • De koersval van de DEXIA-aandelen was in oktober 2011 geen plotse onvoorzienbare gebeurtenis meer. De overheidswaarborg kan enkel ingezet worden bij plotse onvoorzienbare omstandigheden. Vermits het DEXIA-aandeel al voor 2009 meer dan 90% van zijn waarde verloren had, was er in 2011 geen plotse onvoorzienbaarheid meer.

    Om al deze redenen adviseert de auditeur dat de Raad van State de waar-borgregeling zou vernietigen.

    In de marge stelt de auditeur vast dat ook de Europese Commissie niet ge-looft dat de staatswaarborg als middel had mogen ingezet worden voor de ARCO-vennootschappen.

    En tenslotte volgde de auditeur ook nog het argument dat de wet waarop de koninklijke besluiten zijn gebaseerd, mogelijk het gelijkheidsbeginsel schendt. Het gaat om art. 36/24 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België. Dit artikel maakt wettelijk de staatswaarborg mogelijk voor de terugbetaling aan aandeelhouders die kapitaal hebben belegd in grote coöperatieve vennootschappen. Dit artikel bevat dus een meer gunstige regeling voor beleggers in dergelijke vennootschappen bij vergelijking met private aandeelhouders die beleggen in andere vennootschappen. De auditeur stelt zich de vraag of een dergelijke meer gunstige regeling wel in overeenstemming is met het grondwettelijk gewaarborgde gelijkheidsbeginsel. Maar hij stelt vast dat de Raad van State deze vraag niet mag beantwoorden. De Raad van State kan een wet niet op zijn grondwettelijkheid toetsen, zodat deze vraag moet worden voorgelegd aan het Grondwettelijk Hof.

    Wat gebeurt er nu verder?

    Het verslag van de auditeur is enkel een advies aan de Raad van State. Alhoewel de Raad in verreweg de meeste gevallen het auditoraatsadvies volgt, moet de procedure voor de Raad voortgezet worden vooraleer precies duidelijk wordt of de waarborgregeling wettig is.

    Voor de voortzetting van de procedure is de Belgische Staat of de ARCO groep aan zet. Zij moeten binnen een periode van 30 dagen aan de Raad gemotiveerd meedelen of zij al dan niet instemmen met de argumenten van de auditeur. Slechts daarna wordt het dossier op een zitting van de Raad vastgesteld om te pleiten.

    De VZW VFB wacht met vertrouwen de verdere rechtsgang af. Inzet is de gelijke behandeling van alle directe en indirecte particuliere aandeel-houders van Dexia .