De afgelopen paar jaar waren de correlaties tussen aandelen onderling enorm sterk. Vooral vanaf de crisis in 2008 liggende gemiddelde correlaties tussen de 0,5 en de 0,8. Van 2008 tot heden bedraagt de gemiddelde correlatie 0,74 hetgeen vooral toegeschreven wordt aan de enorme dominantie van de macro-economie die de regie stevig in handen heeft op de financiële markten. Dit betekent dat de meeste aandelen als een kluwen op en neer gingen waardoor stockpicking amper effect had zo geeft Jens Moestrup Rasmussen, chief portfolio manager bij het Deense Sparinvest aan, in een interview met Analist.nl.
![]() Jens Moestrup Rasmussen, Sparinvest |
“Ook tijdens eerdere financiële crisissen zagen we de correlaties enorm oplopen maar dat was meestal kortstondig” aldus de porfoliomanager. Rasmussen benadrukt dat waardeaandelen het historisch gezien in de meeste gevallen beter hebben gedaan dan groeiaandelen. Wanneer de meetperiodes langer worden lopen de rendementsverschillen stevig uiteen in het voordeel van de waardeaandelen. Kijkende naar 10-jaars rendementen over de periode van 1983 tot en met heden dan werden de waardeaandelen alleen in 1999 en 2011 door de groeiaandelen verslagen, zij het met korte periodes.
Rasmussen voorziet dat ook in de komende jaren de waardeaandelen de groeiaandelen weer gaan verslaan. De portfoliomanager duidt op de fusie- en overnameperikelen die fors ondergewaardeerde waardeaandelen hard de hoogte in kunnen jagen. Tevens noemt Rasmussen de aandelenmarkten in het algemeen laag gewaardeerd. Hij duidt verder op de stevige balansposities van de bedrijven en de verlaagde rentevoeten. “Deze combinatie zorgt ervoor dat overnemende partijen met veel geld op hun balansen tevens ook nog eens relatief goedkoop kunnen lenen” aldus hem. Zodoende verwacht Rasmussen dat er voor veel aandelen een soort ijzeren bodem onder hun koersen zit omdat ze anders te goedkoop worden om niet overgenomen te worden.
Kijkende naar aandelenwaarderingen dan voeren de Fama & French factoren boekwaarde versus de beurskoers en de grootte van het bedrijf de boventoon in het selectieproces. Daarnaast hebben de analisten ook een sterke voorkeur voor de zogenaamde harde activa en hoge kasposities. Hiermee wordt bedoeld dat mocht een bedrijf in financiële nood komen dat ze nog steeds harde activa achter de hand heeft om eventueel te verkopen. Rasmussen onderstreept dat zachtere activa zoals bijvoorbeeld goodwill beduidend minder wegen in zijn waarderingsmodel. Een andere ‘key driver’ is het verdienvermogen op de lange termijn.
De portfolio manager is absoluut niet op zoek naar korte termijn winnaars maar juist naar bedrijven die op langere termijn duurzaam geld verdienen. Dit duurzame aspect komt verder naar voren bij de ESG-filter (duurzaamheidscriterium) die Sparinvest steevast bij haar aandelen- en ook obligatiebeleggingen toepast. Dat deze strategie geen windeieren oplevert blijkt uit veel internationale onderzoeken en tevens uit Sparinvest’s valuefonds. Rasmussen stelt dat de ESG-filter de belegger voor onaangename verrassingen kan behoeden.