Hoe moet een vennootschap handelen wanneer door een dreigend of aangekondigd openbaar bod haar bestaansrecht op het spel staat en zij haar zelfstandigheid dreigt te verliezen? Deze vraag komt aan de orde in het proefschrift ‘Vennootschappelijk toezicht op de doelvennootschap bij openbare biedingen’ van G.N.H. Kemperink. Hij beantwoordt de vraag tegen de achtergrond van de positie van de raad van commissarissen bij een openbaar bod. Kemperink promoveert donderdag 26 september 2013 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
![]() Mr. G.N.H. Kemperink |
De raad van commissarissen zal ook in de situatie van een openbaar bod invulling moeten geven aan het vennootschappelijk belang. Nu bij een openbaar bod de toekomst en de strategie van de vennootschap in het geding zijn, is een actieve opstelling van de raad van commissarissen geboden.
In dit verband doet Kemperink voorstellen voor aanpassing van wetgeving en corporate governance. Hij beschrijft verder hoe de raad van commissarissen in de verschillende fasen van het biedingsproces zijn rol gestalte moet geven. Daarbij wordt uitgebreid aandacht besteed aan de wijze waarop de raad van commissarissen het bod en eventuele concurrerende biedingen moet beoordelen. Het onderzoek geeft vanuit het perspectief van theorie en praktijk een nieuwe dimensie aan het vennootschappelijk belang en het aandeelhoudersbelang in relatie tot een openbaar bod. Het proefschrift is een uitgave vanwege het Instituut voor Ondernemingsrecht.
G.N.H. Kemperink is partner in de ondernemingsrechtsectie bij Van Doorne NV. Van het proefschrift is een handelseditie verschenen bij Kluwer, ISBN 978-90-13-11814-8