Uit, de 17e Annual Global CEO Survey van PwC, een bevraging van CEO’s wereldwijd, blijkt dat, vergeleken met vorig jaar, dubbel zoveel van hen van oordeel zijn dat de wereldeconomie zich de komende 12 maanden verder zal herstellen; 39% van de bevraagde bedrijfsleiders zegt er overigens ‘zeer veel vertrouwen’ in te hebben dat de omzet van hun bedrijf in 2014 zal stijgen.
Het aantal CEO’s dat ervan uitgaat dat de wereldeconomie tijdens de komende 12 maanden positief zal evolueren, steeg naar 44%, tegenover slechts 18% vorig jaar. Slechts 7% voorspelt dat de wereldeconomie erop zal achteruitgaan, in scherpe tegenstelling tot 28% in 2013. Op regionaal vlak zijn de West-Europese bedrijfsleiders het meest optimistisch dat het met de wereldeconomie op korte termijn de goede richting uit gaat (50%), wat overeenstemt met aanwijzingen dat het economisch klimaat aan het verbeteren is. Daarna volgen CEO’s uit de regio’s Midden-Oosten (49%), Azië-Stille Oceaan (45%), Latijns-Amerika (41%), Noord-Amerika (41%) en Afrika (40%).
Bij CEO’s in Midden- en Oost-Europa is het vertrouwen het laagst (26%). Per sector bekeken, hebben CEO’s in de sector Hospitality & Leisure (verblijfsrecreatie) het meeste vertrouwen in de vooruitzichten voor de komende 12 maanden (46%), gevolgd door de sectoren Banking & Capital Markets (45%), Retail (44%), Financiële dienstverlening (44%), Vermogensbeheer (44%), Communicatie (44%) en Engineering & Bouw (41%). CEO’s in de Metaalsector hebben met 19% het minste vertrouwen.
Voor hun eigen bedrijf zegt 39% van het topmanagement ‘zeer veel vertrouwen’ te hebben in de vooruitzichten op het vlak van omzetgroei voor de komende 12 maanden. Dat is 36% meer dan vorig jaar. Het vertrouwen in het realiseren van een omzetgroei daalde in 2009 tot een dieptepunt van 21%.
CEO’s in het Midden-Oosten hebben met 69% het meeste vertrouwen in een groeiende omzet op korte termijn (tegenover 53% vorig jaar). Ze worden gevolgd door de CEO’s in de regio Azië-Stille Oceaan met 45% (36% vorig jaar). In West-Europa is het vertrouwen tegenover vorig jaar met 8% gestegen tot 30%. Deze trend zet zich echter niet overal ter wereld door. In Afrika is het vertrouwen verder blijven afnemen. Slechts 40% van de Afrikaanse bedrijfsleiders heeft er veel vertrouwen in over 12 maanden groei te realiseren, tegenover 44% vorig jaar en 57% in 2012.
Het vertrouwen is ook bij de Latijns-Amerikaanse bedrijfsleiders gedaald tot 43% (2013: 53%). In Noord-Amerika blijft het percentage ongewijzigd, namelijk 33%. Per individueel land varieert het vertrouwen sterk: het is het grootst in Rusland, waar 53% van de CEO’s veel vertrouwen in een groeiende omzet heeft, gevolgd door Mexico (51%) en Zuid-Korea (50% - een enorme verschuiving vergeleken met de 6% van vorig jaar). Daarna volgen India (49%), China (48%), Zwitserland (42%), Brazilië (42%), de VS (36%), Duitsland (33%), het Verenigd Koninkrijk (27%), Canada (27%), Japan (27%), Italië (27%), Frankrijk (22%) en Argentinië, waar slechts 10% van de CEO’s voor 2014 veel vertrouwen in een groeiende omzet heeft. (zie toelichting 2) De onderzoeksresultaten, die werden voorgesteld bij de opening van de jaarlijkse bijeenkomst van het World Economic Forum in het Zwitserse Davos, licht Karel De Baere, Chairman van PwC België, als volgt toe:
“Bedrijfsleiders zien nu licht aan het einde van de tunnel. Ze hebben hun bedrijf op min of meer succesvolle wijze doorheen de recessie geloodst, en een significant groter aantal CEO’s heeft er nu alle vertrouwen in dat ze hun omzet kunnen verhogen en dat de vooruitzichten voor de wereldeconomie gunstig zijn. Toch erkennen de CEO’s ook dat het realiseren van duurzame groei in de economische context na de crisis een uitdaging blijft, vooral door moeilijke macro-economische omstandigheden zoals de groeivertraging in de opkomende markten.
Bedrijfsleiders blijven zich wereldwijd ook grote zorgen maken aangaande de overdreven regelgeving en de grotere begrotingstekorten en zware belastingdruk. Ze sturen hieromtrent een duidelijke boodschap uit naar de overheid. Voor de toekomst horen we van de CEO’s dat ze strategisch drie grote wereldwijde trends onderscheiden – snelle technologische vooruitgang, demografische wijzigingen, en verschuivingen van de economische macht – die allemaal een sterke impact zullen hebben op de toekomst van hun bedrijven en activiteiten. Het zoeken naar manieren om op een positieve manier op deze wereldwijde trends in te spelen, zal de sleutel vormen tot toekomstig succes.”
Nu CEO’s de evolutie van de economie positiever inschatten, zijn ook hun belangrijkste bezorgdheden gewijzigd. Overheidsmaatregelen, of het gebrek hieraan, zijn het meest heikele punt en betreffen vooral te verregaande regelgeving (72% van de respondenten) en aanzienlijke begrotingstekorten (71%). Landen waar het topmanagement vooral in zijn maag zit met te verregaande regelgeving zijn Frankrijk (88%), Australië (85%), India (82%) en Duitsland (77%). De bedrijfsleiders in de VS maken zich dan weer het meest zorgen over het begrotingstekort (92% van de respondenten), daarin gevolgd door Argentinië (90%) en Frankrijk (84%).
Daarnaast zeggen CEO’s dat ze bijna even ongerust zijn over een vertraging in de opkomende economieën (65% van de respondenten) als over de minimale groei in de ontwikkelde markten (71%). mensen die over cruciale vaardigheden beschikken (63%), de volatiliteit van de wisselkoersen (60%) en het gebrek aan stabiliteit op de kapitaalmarkten (59%).
Maar actuele thema’s, zoals ‘cyber threats’ - waaronder het gebrek aan gegevensbescherming - en de snelheid van ingrijpende technologische veranderingen, worden door minder dan de helft van de respondenten aangehaald als een factor die zij als bedreigend ervaren. Meer gedetailleerd ingaand op de regelgeving, zegt bijna 80% van de CEO’s geconfronteerd te worden met hogere kosten, terwijl 52% te kennen geeft dat regelgeving het moeilijker maakt om geschoolde werkkrachten aan te trekken. 40% zegt dan weer dat regelgeving een rem gezet heeft op hun inspanningen om op een nieuwe opportuniteiten in de markt te creëren of om te innoveren. Positief bekeken stelt meer dan de helft van de CEO’s dat regelgeving heeft bijgedragen om het leveren van diensten en het instellen van kwaliteitsnormen te verbeteren.
Op de vraag wat toekomstige groei kan stimuleren, wordt de ontwikkeling van nieuwe producten of diensten als belangrijkste factor vermeld door 35% van de CEO’s, tegenover 25% vorig jaar. Het aantal CEO’s dat tijdens het komende jaar fusies en overnames of strategische allianties plant, is gestegen tot 20% (2013: 17%). Bedrijfsleiders geven ook aan dat ze op zoek zijn naar groei buiten de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China) en dat ze voor de komende drie tot vijf jaar goede groeivooruitzichten zien in Indonesië, Mexico, Turkije, Thailand en Vietnam.
Ook de VS, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk scoren in dit opzicht goed. CEO’s laten zich ook positiever uit over het aanwerven van personeel tijdens het komende jaar. De helft van de respondenten (2013: 45%) zegt te verwachten tijdens de komende 12 maanden extra personeel in dienst te nemen. De sectoren met de meest gunstige vooruitzichten op het vlak van werkgelegenheid zijn Technologie (63%), Bedrijfsdiensten (62%) en Vermogensbeheer (58%) (zie toelichting 3). Naarmate de wereldeconomie aan stabiliteit wint, identificeren CEO’s een aantal belangrijke trends die de komende vijf jaar een drastische impact op hun werking en activiteiten zullen hebben. De belangrijkste trend is technologische vooruitgang, die door 81% van de respondenten wordt vermeld, gevolgd door demografische verschuivingen (aangehaald door 60%) en economische machtsverschuivingen op wereldschaal (59%). Om aan deze en andere uitdagingen het hoofd te bieden, geven CEO’s aan dat ze wijzigingen doorvoeren in hun talentstrategie (93%), strategie voor het uitbreiden en behouden van het klantenbestand (91%), investeringen in technologie (90%), organisatiestructuur/-ontwerp (89%) en het gebruik en beheer van gegevens (88%). Meer dan de helft van de bedrijfsleiders zegt dat ze momenteel over drie jaar plannen, hoewel slechts 40% aangeeft deze horizon ideaal te vinden.
Op de vraag wat volgens hen de topprioriteiten zijn voor de overheid, geven CEO’s aan dat de overheid zou moeten zorgen voor financiële stabiliteit (53%), een betere infrastructuur (50%) en een meer internationaal concurrerend en efficiënt belastingsysteem (50%). Minder dan de helft (46%) van de bedrijfsleiders vindt dat de overheid in hun eigen land ook effectief gezorgd heeft voor financiële stabiliteit, en slechts 37% geeft de overheid een goed cijfer voor het verbeteren van de infrastructuur. Meer dan de helft (51%) zegt dat de overheid er niet in geslaagd is om het belastingsysteem te verbeteren.
Het internationale belastingsysteem is in de ogen van het topmanagement overal ter wereld tekort geschoten, zo blijkt uit het onderzoek. Bijna twee derde van de CEO’s vindt dat het internationale belastingsysteem toe is aan een grondige herziening. Opmerkelijk is dat 75% van de respondenten zegt dat het voor hun bedrijf belangrijk is dat het beschouwd wordt als een partij die een billijk aandeel belastingen betaalt.
Volgens de meeste respondenten zijn fiscaal beleid en concurrentiekracht van belastingstelsels kritieke factoren voor de besluitvorming van bedrijven, en ze zijn het ermee eens dat multinationale ondernemingen verplicht zouden moeten worden om hun inkomsten, winsten en betaalde belastingen te rapporteren voor elk land waarin ze actief zijn. Ze zijn het er ook mee eens dat belastingadministraties overal ter wereld informatie over bedrijven onderling zouden moeten delen. Slechts een kwart van de CEO’s stelt echter dat de huidige pogingen van de OESO om het internationale belastingsysteem te hervormen in de eerstkomende jaren succesvol zullen zijn, terwijl 40% stelt dat de inspanningen niet tot een consensus zullen leiden.
CEO’s overal ter wereld geven aan dat de stakeholders in hun sector hun verwachtingen de voorbije vijf jaar aanzienlijk hebben bijgesteld: 52% zegt dat het vertrouwen vanwege de afnemer/klant is toegenomen, terwijl 12% net een daling van het vertrouwen vaststelt. Terwijl 43% aangeeft dat het vertrouwen bij schuldeisers en beleggers is toegenomen, zegt 16% dat het is gedaald. Ten slotte stelt 42% dat het vertrouwen bij leveranciers is toegenomen, terwijl slechts 6% zegt dat het is gedaald.
Terwijl 24% van de CEO’s meent dat het vertrouwen bij de overheid en regelgevende instanties is toegenomen, percipieert 34% in dit opzicht een daling. De grote meerderheid van CEO’s vindt dat het voor bedrijven belangrijk is de verwachtingen van de stakeholders in acht te nemen door ethisch verantwoord gedrag aan te moedigen, door erop toe te zien dat de toeleveringsketens op een integere manier werken en door voor meer diversiteit te zorgen.