Nadat Amerikaanse beleggers aanvankelijk aan het kopen sloegen toen bekend werd dat Osama bin Laden dood is, ebde het optimisme in de loop van de handel weg en was het business as usual. De belangrijkste indices begonnen de handelsweek met plussen van 0,3 tot 0,4 procent. Halverwege de handel was de winst zo goed als verdampt. Tegen het eind van de handel leek het sentiment zelfs om te slaan.
De toonaangevende Dow-Jonesindex van dertig hoofdfondsen ging op de eerste handelsdag van de maand af op een slotstand van 12.813 punten.
Dat is gelijk aan het slot van vrijdag. De breder samengestelde S&P 500-index koerste richting een eindstand van 1363 punten, fractioneel lager dan eind vorige week. Technologiebeurs Nasdaq stond een half uur voor het slot van de handel 0,1 procent lager op een stand van 2871 punten.
Volatiliteitsindex
De enige index die maandag echt stevig omhoogging was de volatiliteitsindex, ook wel de angstgraadmeter genoemd. Deze steeg aan het begin van de handel met meer dan 5 procent.
In eerste instantie reageerden beleggers over de hele wereld opgelucht op het nieuws dat de meest gezochte terrorist ter wereld dood was. Overal kleurden de borden groen. Maar later kwam het besef dat zijn organisatie nog bestaat en dat zijn sympathisanten wel eens wraak zouden kunnen nemen.
De Amerikaanse beurzen werden wel gesteund door positief nieuws over de bouwsector. De uitgaven aan bouwprojecten liepen in het eerste kwartaal van dit jaar op jaarbasis met 1,4 procent op tot 768,9 miljard dollar.
Sterkste stijging
Dat was de sterkste stijging in elf maanden tijd. Uit de industrie kwam een gemengd bericht; de productie was lager, maar de prijzen lagen op het hoogste niveau in bijna drie jaar tijd.
Voor een euro moest tegen het slot van de handel in de VS 1,4842 betaald worden; aan het eind van de handel in Europa was dat 1,4880 dollar.