De beurzen op
Wall Street zijn woensdag met kleine winsten gesloten. Twijfels over de kracht van de economie vochten op de laatste dag van een bijzonder onrustige maand om voorrang met hoop op nieuwe stimuleringsmaatregelen door de
Federal Reserve .
De Dow-Jonesindex sloot na een wisselvallige handelsdag 0,5 procent hoger op 11.613,53 punten. Daarmee stond de index van 30 toonaangevende fondsen ruim 4 procent lager dan aan het begin van de maand. De
S&P 500-index klom woensdag 0,5 procent tot 1218,89 punten. Technologiegraadmeter
Nasdaq ging 0,1 procent omhoog tot 2579,46 punten.
De meest recente beleidsnotulen van de Fed, die dinsdag werden gepubliceerd, boden de koersen opnieuw steun. Daaruit bleek dat de centrale bank nog troeven achter de hand heeft om de economie aan te jagen, als de groei verder terugvalt. Analisten rekenen voorzichtig op nieuwe maatregelen bij de volgende Fed-vergadering in september. De centrale bankiers trekken dan 2 dagen uit om de stand van de economie te bespreken, in plaats van 1.
Banen
Woensdag waren er opnieuw signalen dat de economische groei tegenvalt. Loonstrookverwerker
ADP meldde dat er in augustus 91.000 nieuwe banen werden gecreëerd in het Amerikaanse bedrijfsleven, waar economen in doorsnee rekenden op een aanwas met 100.000 banen. Daarnaast bleek de economische activiteit in de regio rond Chicago afgelopen maand te zijn gedaald.
AT&T bungelde onderaan de
Dow Jones , met een koersverlies van 3,9 procent. Investeerders schrokken van het bericht dat de Amerikaanse regering de beoogde overname van T-Mobile USA door het telecomconcern wil blokkeren. De autoriteiten vrezen dat de overname de concurrentie te veel beperkt. Concurrent
Sprint Nextel profiteerde met een koerswinst van bijna 6 procent.
Industriële bedrijven
Industriële bedrijven deden het goed. Aluminiumgigant
Alcoa stond bovenaan de
Dow Jones met een winst van 3,6 procent, terwijl bouwmachinefabrikant
Caterpillar en de industriële grootmacht
General Electric ruim 1 procent wonnen.
De prijs van een vat Amerikaanse olie stabiliseerde op 88,90 dollar. De euro werd voor 1,4370 dollar verhandeld, tegen 1,4420 dollar bij het slot van de beurshandel in Europa.