De adder onder het gras bij indexbeleggen

Tot en met het begin van de jaren ’90 was de heersende opvatting onder de beleggers dat aandelenkoersen relatief eenvoudig te voorspellen waren. Niets is echter minder waar gebleken. Het is gebleken dat heel veel actieve beleggers geen hogere rendementen dan de index konden behalen. Al deze underperformances leverde veel teleurgestelde beleggers en luidde de ingang van het indexbeleggen in. Waarom niet gewoon in de index beleggen met lage kosten terwijl de actieve beleggers toch meestal een lager rendement behalen?

Vele voordelen voor indexbeleggen

Er is natuurlijk veel te zeggen voor het indexbeleggen. De kosten zijn fors lager en de belegger weet min of meer waar hij aan toe is. Bovendien zijn de risico’s ook fors lager omdat er niet in een paar bedrijven belegd wordt die failliet kunnen gaan maar sec in een index waarbij altijd vulling is met ‘levende’ bedrijven. Een degelijke constructie is het indexbeleggen zeker. Vooral wanneer men de resultaten van indexfondsen vergelijkt met de actieve fondsen. Vele onderzoeken tonen aan dat niet alleen bij aandelen maar ook bij obligaties passief management vaker beter resultaten oplevert. Wanneer men kijkt naar zowel de rendementen, ook de gelopen risico’s en de kosten dan doen indexbeleggers het vaak sterker dan de actieve beleggers.

Is indexbeleggen de heilige graal?

Nee, dat zeker niet. Ondanks de zojuist gedane lofzang over het indexbeleggen zit er een forse adder onder het gras. Ondanks dat een belegger weliswaar zijn risico spreidt door in een index te beleggen, hij lagere kosten en transparantie moet hij ook accepteren dat hij achter de meute aanloopt. Bij een klassieke index worden de aandelen gewogen naarmate van hun marktkapitalisatie. Dit betekent dat de grotere bedrijven een hogere weging krijgen en de kleinere bedrijven een lagere weging. Dit lijkt natuurlijk logisch want een index moet een getrouw beeld geven van de economie. Grotere bedrijven verdienen op basis van dit argument dan natuurlijk ook een hogere weging in de index.

Hoog kopen laag verkopen

Maar is dit logisch? Wanneer we een indexfonds gaan kopen dan kopen we dus automatisch vooral de grotere bedrijven en minder de kleinere bedrijven. Met groot en klein bedoelen we uiteraard de marktkapitalisatie: de koers van het aandeel maal het aantal uitstaande aandelen. En hier zit de clue. Wanneer de koers van een aandeel omhoog gaat dan stijgt dus de marktkapitalisatie van het bedrijf. Bij een lagere koers daalt de marktkapitalisatie van een bedrijf. Het komt er dus direct op neer dat in een index de aandelen die inmiddels gestegen zijn relatief meer vertegenwoordigd zijn. De aandelen die gedaald zijn worden relatief minder vertegenwoordigd. Dit is dus een variant van hoog kopen en lager verkopen.

Een antwoord op dit probleem is gekomen door de introductie van Fundamental Indexation.