De toenemende handel tussen Oost- en West-Europa heeft voor miljoenen extra banen gezorgd in beide regio’s. In de periode 1995 tot 2012 werden er door de nauwere economische banden netto 2,3 miljoen banen gecreëerd in het westen van Europa. In Nederland kwamen er in deze periode netto 120.000 banen bij, met name in de zakelijke dienstverlening, retail- en groothandel en de agrarische sector. Dit blijkt uit een studie van het ING Economisch Bureau, in samenwerking met de Universiteit van Groningen[1].
Uit het rapport ‘Valuing a close connection’ blijkt dat de sterker geworden connectie voor beide regio’s profijtelijk is geweest sinds 1995. Oost Europa zorgden voor 2,3 miljoen (+1.5) extra banen in West-Europa (allen EU landen) dankzij een toenemende vraag naar producten en diensten. Er kwamen in de EU landen in het oosten van Europa 0,6 miljoen (+1%) banen bij.
Specifiek voor Nederland heeft de sterkere band geresulteerd in een positieve ontwikkeling van onze werkgelegenheid met 120.000 banen, vooral gedreven door vraag vanuit EU landen in Oost-Europa. Als gevolg van vraag uit Oost-Europa en Rusland kwamen er in de Nederlandse zakelijke dienstverlening 33.000 banen bij. De retail- en groothandel profiteerde met +27.000 en de agrarische sector met +9.000 banen. In totaal werd er ruim €11 miljard (1.9% van BBP ) toegevoegd aan het Bruto Binnenlands Product. Nederland profiteerde hiermee meer dan gemiddeld van de sterk toegenomen vraag uit Oost Europa en Rusland.

ING-econoom Rob Rühl stelt dat het onderzoek laat zien dat de steeds nauwere banden tussen de Europese landen een duidelijke economische winst oplevert voor beide regio’s. “Gezien de vraagtekens die er leefden over de waarde van de steeds innigere banden met de landen in Centraal en Oost Europa was het nodig om de economische gevolgen in kaart te brengen. De uitkomsten van het onderzoek stroken met de gedachte dat het slechten van de handelsbarrières en grotere efficiëntie een positieve bijdrage hebben geleverd aan de economische ontwikkeling in zowel Oost als West-Europa”.
[1] Het Economisch Bureau van ING gebruikte voor de berekeningen een nieuwe methodiek van de Universiteit van Groningen waarbij een vertaling mogelijk was van toegevoegde waarde naar arbeidsplaatsen.