Economie in 5 zinnen

Ha-Joon Chang is een Zuid-Koreaanse econoom die momenteel aan de Universiteit van Cambridge doceert. Hij is vooral bekend omwille van zijn kritiek op de vrije markt en het neoliberalisme, maar in zijn nieuwe boek neemt hij het hele economische vakgebied op de korrel. Deze vijf feiten omschrijven volgens Chang de moderne economische wetenschap perfect:

95% van wat economen doen is gezond verstand

Veel economen menen dat wat ze doen te moeilijk is voor gewone mensen, maar het is hun probleem wanneer ze er niet in slagen om hun theorieën op verstaanbare wijze uit te leggen. Bijna iedereen heeft onderbouwde meningen over zaken als oorlog, kernenergie en het homohuwelijk zonder expert te moeten zijn. Waarom zou je dan een diploma nodig hebben om over de eurozone te praten?

Het is geen wetenschap. Het is alleszins niet zo dat elke economische vraag slechts één correct antwoord heeft of dat een zogenaamde ‘professionele consensus’ alle debat overbodig maakt. Naast neoklassieke en Keynesiaanse economische theorie zijn er nog zeven andere grote scholen en geen enkele heeft een monopolie op de waarheid.

Economie is politiek

Vaak zijn economische argumenten enkel bedoeld om een bepaalde politieke maatregel te rechtvaardigen. Het argument dat we geen keuze hebben om een bepaald beleid verder te zetten is onjuist, want voor elk argument van één economische school is er een ander argument van een andere school die dat tegenspreekt.

Economen zijn niet te vertrouwen

Het is één ding om de financiële crisis niet te hebben zien aankomen, maar iets heel anders om sindsdien helemaal niets veranderd te hebben. Hoewel economen al jaren over de crisis praten en samen met andere ‘technocraten’ het anti-crisisbeleid bepalen, liggen er nog altijd geen duidelijke oplossingen op tafel.

De economie is te belangrijk om aan ‘experts’ over te laten

Iedereen zou bereid én in staat moeten zijn om professionele economen (waaronder ook Chang zelf) uit te dagen, alternatieve oplossingen te bedenken en hervormingen af te dwingen. Als dit niet gebeurt, waarom bestaat de democratie dan eigenlijk nog zo stelt de schrijver.