ECB draait geldkraan nog niet open

Geldcreatie via Quantitative Easing is al jaren een geliefkoosde strategie van de Amerikaanse, Britse en Japanse centrale banken om deflatie te bekampen en de economie te stimuleren. Als enige blijft de ECB echter, zelfs in dit tijdperk van lowflation, terughoudend met betrekking tot QE. Waarom weigert Europa (voorlopig) om de geldkraan open te draaien?

The Economist:

De inflatie in de eurozone staat volgens gevaarlijk laag en kwam met 0,4% in juni lang niet aan de officiële doelstelling van 2%. Vele economen en beleidswatchers roepen dan ook op om de financiële sluizen open te zetten voordat het spook van deflatie opduikt.

Een grotere geldhoeveelheid leidt immers tot prijsverhogingen en doorbreking van de deflatoire spiraal. Het mechanisme werkt aldus dat centrale banken in de markt, of rechtstreeks van banken, obligaties kopen, hetgeen via banken wordt afgewikkeld. Banken worden voor het aankoopbedrag gecrediteerd in de rekeningen die zij bij de centrale bank aanhouden. Op deze wijze verkrijgen banken liquiditeiten. Tegenover deze liquiditeiten kunnen banken dan nieuwe leningen verstrekken.

"Lagere leenkosten"

Een belangrijke reden waarom dit nog niet is gebeurd, is omdat het in Europa eerder de banken zijn (en niet de markten zoals in de V.S.) die de kredietvoorziening domineren. QE stimuleerde de Amerikaanse economie door de leenkosten voor bedrijven te drukken. Dat effect zou in Europa – net zoals in het V.K. – veel beperkter zijn. De ECB moet daarom - net zoals de Britse centrale bank - meer via de banken werken dan via de markten. Daarom introduceerde de ECB in juni negatieve rentes, daalde de hoofdrente tot een historisch minimum van 0,15% en zal men tot minstens 2018 ultragoedkoop krediet verschaffen aan Zuid-Europese landen met als hoofdvoorwaarde verbeterde kredietverlening aan de privésector.

Jammer genoeg zal het nog geruime tijd duren vooraleer de economische effecten van de nieuwe financieringsoperaties (die pas in september van start gaan) voelbaar zullen worden. Toch is er volgens de ECB nog tijd genoeg om de officiële inflatietargets te halen en is er nog geen nood aan verdere maatregelen zoals Quantitative Easing.

The Economist brengt daar tegen in dat de eurozone nu al kreunt onder de uitzonderlijk lage inflatie – lowflation. Bovendien zouden schuldhouders in nog slechtere papieren komen te zitten indien de lage inflatietrend zou omslaan in deflatie. Dit is een zeer ernstig risico vanwege de gevaarlijk hoge publieke- en privéschuldratio’s in veel Europese landen. Ook wordt de kans op deflatie volgens The Economist opzettelijk geminimaliseerd door de ECB om het vertrouwen op te krikken.

QE kan volgens het liberale blad perfect gecombineerd worden met de onlangs goedgekeurde financieringsoperaties om het deflatiegevaar af te wenden, doch jammer genoeg maakt de supranationale ECB-structuur QE moeilijk werkbaar. Dat zou immers massale aankopen van overheidspapier vereisen van achttien verschillende landen met sterk uiteenlopende economische situaties en tevens een grote stap betekenen in de richting van schuldmutualisering.

Onevenwichtigheid

De Bundesbank vreest dan ook dat minder kredietwaardige landen in de periferie veel meer te winnen hebben bij QE dan de Europese kern en zo in de verleiding zouden komen om de pijnlijke hervormingen van de voorbije jaren stop te zetten. Dat is een reëel risico, maar de ECB beloofde twee jaar geleden al om eurozone-obligaties op te kopen wanneer dat absoluut nodig wordt. Die belofte redde toen de monetaire unie, maar vandaag staat Europa opnieuw op de rand van een economische afgrond – ditmaal van schulddeflatie. Afwachten is geen aanvaardbare strategie meer, besluit The Economist: het is tijd voor de ECB om in actie te schieten.

Bron: Express.be